Alle Dingen

Alle Dingen - All Things
Uit Maandblad 115 - Karel Hoekendijk

"Hoe zal Hij, die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor allen overgegeven
 heeft, ons MET HEM niet ALLE DINGEN schenken" (Rom. 8 : 32).


God gaf Zijn Zoon aan de wereld, voor de prijs van de zonden dezer wereld. Elke daad Gods is een WELdaad. Vergeet niet één van Zijn weldaden! Dit is Gods grootste weldaad: Hij gaf Zijn Zoon, Hij gaf Hem over, gaf Hem weg, spaarde Hem niet, maar liet toe dat Mozes, de wet, Hem oordeelde voor ons. De koperen slang werd op een stang geslagen tot teken en leven voor allen onder ons die gebeten werden door de giftige slang van zonde, ziekte en vrees.

God gaf Zijn ganse volheid mee aan Zijn Zoon (Col. 1 : 19), de volheid der godheid lichamelijk (Col. 2 : 9), ALLE DINGEN (Rom. 8 : 32). God gaf aan Zijn Zoon alles wat Hij bad en wat Hij was, mee, in Zijn liefde, aan de wereld. God gaf als het ware de hemel leeg tot behoud van den zondaar:

-Zijn hart,
-Zijn bezittingen,
-Zijn krachten,
-Zijn heerlijkheid, alles.

Knecht - Koning

De nederigste knecht en toch Allesbezitter. Vreemde tegenstelling, maar Jezus is het beide. Het ene heeft met het andere te maken, Zijn dienstbaarheid is Zijn grootheid, daarin toont Hij Zijn macht. "Wetende, dat de Vader Hem ALLES in handen had gegeven en dat Hij van God uitgegaan was en tot God heenging, stond van den maaltijd op, en Hij legde Zijn klederen af en nam een linnen doek en omgordde Zich daarmee. Daarna deed Hij water in het bekken en begon de voeten der discipelen te wassen..."
(Joh. 13 : 3-5).

"Christus Jezus, die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet
als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft en de gestalte van een DIENSTKNECHT heeft aangenomen, en den mensen gelijk geworden is. En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot den dood, ja, tot de dood des kruizes. DAAROM heeft God Hem ook uitermate VERHOOGD en Hem den Naam BOVEN ALLEN NAAM geschonken, opdat in den Naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op aarde en die onder de aarde zijn en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Here, tot eer van God, den Vader" (Phil. 2 : 5-11).

Jezus legde Zijn heerlijkheid af en trok het slavenkleed aan en toch ontdekten de mensen in Hem de Koning, de Gezaghebbende, de krachten van het Koninkrijk werden gezien waar Hij kwam en overwonnen de machten der duisternis. Ja, zelfs bij Zijn smadelijke dood, werd het woord: Koning, gelezen op een opschrift boven Zijn hoofd.

Versmaad, veracht, ontluisterd, zo heeft de wereld Hem leren kennen, maar wie in geloof op Hem zag, zag in het evenbeeld van het venijn van de wereld de Heelmeester, de Vernieuwer, de Leven-wekker, in de Slang aan de staak. Hij leefde ons voor dat wij ons eigen leven moeten afleggen, al onze affecties op het altaar leggende en dan groot worden voor God. Wie onder u de meeste wil zijn, zij aller dienaar.

De krachten van het Koninkrijk worden gegeven aan: aller dienaar. Wie zich vernedert, zal verhoogd worden. Dat is een wet van het Koninkrijk, de wet van de tarwekorrel, dus van het Koninkrijk. De gestorven korrel wast op en wordt het levende brood voor het leven der volkeren.

Geen incognito maar openbaring


Het wordt wel eens voorgesteld alsof Jezus incognito was, zich VOOR-DEED als een nederigste dienstknecht maar in werkelijkheid koning was, dus een toneelrol speelde. Men vertelt dan in betrekking tot deze houding het verhaal van die machtige en wijze Tzaar in het oude Rusland, die zich als bedelaar verkleed onder het volk begaf, om hun werkelijke leven te leren kennen en hun gesprekken te beluisteren.

Maar dit is met Jezus niet zo. Hij openbaarde zich als dienstknecht, als onthechtte van alle uiterlijkheid, los van het vlees en de roem der mensen, in vrijheid, maar Hij openbaarde daarin en daardoor Zijn koningschap. Hij stelde zich ons tot voorbeeld. Hij werd arm opdat wij rijk zouden worden. Maar ook, Hij werd arm en eist van ons ook dit "arm-zijn", deze onthechting aan de wereld der uiterlijke, vergankelijke dingen, een "vrijstaan" daarvan, afstand nemen, "los-zijn" de wereld "gestorven-zijn".
Daarom is het een openbaring van Jezus van Zijn vrijstaan van ruimte, tijd en stof, van meningen en wetten en taboes van mensen, Zich richtende tot het Koninkrijk dat, geen einde neemt.

Niets bezittend

Jesaja profeteert over Zijn verschijning. Hij zegt dat Hij als:

"Een wortel uit dorre aarde
op zou schieten, gestalte noch luister zou hebben dat wij hem zouden hebben aangezien, noch gedaante, dat wij hem zouden hebben begeerd. Hij was veracht, en van mensen verlaten, een man van smarten en vertrouwd met (mijn) ziekte, ja, als iemand, voor wien men het gelaat verbergt; hij was veracht en wij hebben hem niet geacht (Jes. 53 : 2, 3).

De verachting wordt zo doorgevoerd dat in dit Schriftgedeelte over Hem niet met hoofdletters wordt geschreven. De mensen uit Zijn familie, Zijn vaderstad Nazareth, zeiden:
"Is dit niet de timmerman, de zoon van Maria, en de broeder van Jacobus, Jozef en Judas en Simon? En behoren Zijn zusters hier niet bij ons?" (Mark. 6 : 3).1

Niets kon Jezus het Zijne noemen in dit aardse leven. Zijn wieg was niet de Zijne: "De vossen hebben holen en de vogelen des hemels nesten, maar de Zoon des mensen heeft geen plaats om het hoofd neer te leggen (Matth. 8 : 20).

Zijn kruis was niet de Zijne, noch het graf waarin zij Hem gelegd hebben. Hij werd gescholden: "Zie, een vraatzuchtig mens en een wijndrinker, een vriend van tollenaars en zondaars" (Matth. 11 : 19). Hij werd door anderen onderhouden: "Velen dienden Hem met hetgeen zij bezaten" (Luk. 8 : 3).
Hij had geen onderwijs genoten: .Hoe is deze zo geleerd zonder onderricht te hebben ontvangen" (Joh.7 : 15). Hij was zo eenvoudig:
"Maar Ik ben in uw midden als dienaar"
(Luk. 22 : 27). "Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om Zich te laten dienen, maar om te dienen en Zijn leven te geven als losprijs voor velen" (Mark. 10 : 45).
Hij telde Zichzelven niet: "Hij heeft Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood" (Phil. 2 : 8). Bescheiden was Jezus: "Ik zeg u, de Zoon kan niets doen van Zichzelf, of Hij moet het den Vader zien doen" (Joh. 5 : 19).

Niet eigenzinnig, eigen belangen vóór laten gaan: "Ik zoek niet Mijn wil, doch den wil van Hem, die Mij gezonden heeft" (Joh. 5 : 30). "Wanneer gij den Zoon des mensen verhoogd hebt, zult gij inzien, dat Ik het ben en niets uit Mijzelf doe, doch dat Ik dit spreek, gelijk de Vader Mij geleerd heeft" (Joh. 8 : 28).
Hij was onderdanig: "En Hij ging met hen terug en kwam te Nazareth en was hun onderdanig" (Luk. 2 : 51). Hij was niet fanatiek: Jezus zeide: Belet het hem niet, want er is niemand die een kracht doen zal in Mijn Naam en kort daarna smadelijk van Mij zal kunnen spreken. Want wie niet tegen ons is, is voor ons" (Mark. 9 : 39, 40).
Niet haatdragend: "Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen" (Luk. 23 : 34). "Maar Jezus zeide tot Judas: Vriend, waartoe zijt gij hier?" (Matth. 26 : 50).

Alles bezittend

Micha profeteert van Jezus: "Bethlehem Efrata ... uit u zal Mij voortkomen die een heerscher zal zijn over Israël en wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid".
"Dan zal Hij staan en hen weiden in de kracht des Heren, in de majesteit van
den Naam des Heren, Zijns Gods; en zij zullen rustig wonen, want nu zal Hij groot zijn
tot aan de einden der aarde en Hij zal vrede zijn" (Micha 5 : 1 en 3).

Gabriël, de Verkondiger, zegt tot Maria: "Deze zal groot zijn en de Zoon des Allerhoogsten genoemd worden en de Here God zal Hem den troon van Zijn vader David geven en Hij zal als koning over het huis van Jakob heersen tot in eeuwigheid, en Zijn koningschap zal geen einde nemen" (Luk. 2 : 32, 33). Jezus is de Zoon Gods: "Waarlijk, deze mens was een Zoon Gods" (Mark. 15 : 39) en "machtig om te verlossen", (Jes. 63 : 1).

Hij was onschuldig aan een misdrijf: "Ik vind niets strafbaar in dezen mens" (Luk. 23 : 4). “Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan" (Luk. 23 : 41). Jezus was: "Als een onberispelijk en vlekkeloos Lam" (1 Petr. 1 : 19). Hij vergaf zonden: "Door dezen wordt u vergeving van zonden verkondigd" (Hand. 13 : 38). "In Hem hebben wij de verlossing door Zijn Bloed, de vergeving van de overtredingen" (Ef. 1 : 7).
"Deze is na één offer voor de zonden te hebben gebracht voor altijd
gezeten aan de rechterhand Gods, voorts afwachtende totdat Zijn vijanden gemaakt worden tot een voetbank voor Zijn voeten" (Hebr. 10 : 12, 13).

Hij is een eeuwige Hogepriester: "Doch Hij heeft, juist doordat Hij in eeuwigheid blijft, een priesterschap, dat op geen ander kan overgaan. Daarom kan Hij ook volkomen behouden, wie door Hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten" (Hebr. 7 : 24, 25).
Jezus zegt: "Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde" (Matth. 23 : 18).
Zelfs de demon roept: "Wat hebt Gij met mij te maken, Zoon van de allerhoogste God?" (Mark. 5 : 7).

De duivel, de overste der wereld, kon Jezus niet verslaan: "Want de overste der wereld komt en heeft aan Mij niets" (Joh. 14 : 30).
Jezus is het Antwoord: "Indien gij in Mij blijft en Mijn woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt en het zal u geworden" (Joh. 15 : 8).
God heeft Hem verheerlijkt en in Zijn troon gezet: "Door Hem uit de doden op te wekken en Hem te zetten aan Zijn rechterzijde in de hemelse gewesten, boven alle overheid en macht en kracht en heerlijkheid en niet alleen in deze, maar ook in de toekomende eeuw. En Hij heeft ALLES onder Zijn voeten gesteld en Hem als hoofd boven al wat is gegeven aan de gemeente, die Zijn lichaam is., vervuld met Hem, die alles in allen volmaakt"(Ef. 1 : 20-23).

Het Boek der openbaringen zegt van Jezus dat Zijn gelaat het licht is (Openb.22 : 5);
Zijn wezen in het midden van de Troon vreugde uitstraalt (5 : 6, 9);
Hij, de mede-dienstknecht der broederen is de aangebeden Heer (19 : 10);
De Harmonie van de hemel (5 :13) en de Volheid van de tempel (21: 22).


Op weg naar ALLE DINGEN


De Vader zond Zijn Zoon en dit vieren wij met kerstfeest om de volheid Gods te brengen naar u en mij, ALLE DINGEN. Wij verwachten eigenlijk niet die ALLE DINGEN te mogen bezitten en daarom bezitten wij ze ook niet. Wij verwachten dat ALLE DINGEN ons deel zullen zijn later als wij met Christus in Zijn heerlijkheid zullen zijn, maar NU nog niet, HIER nog niet, voor ons nog niet.

Maar de Bijbel zegt dat als wij Jezus aanvaarden, in Hem ALLE DINGEN des Vaders ontvangen. Jezus is de deur naar ALLE DINGEN; zonder Hem zien wij de Vader niet en staan wij buiten ALLE DINGEN. Dit is een groot woord: ALLE DINGEN zijn van ons.

De duivel heeft door een stelselmatige hersenspoeling van 20 eeuwen ons verwijderd van grote woorden en grote dingen van het Koninkrijk. Het is er hem alles aan gelegen om ons te vervreemden van de majesteitelijke volheid in Christus. Heel zijn leugenpolitiek is er op gericht om de dingen des heils te verwringen, toe te knijpen, te verschralen, vernauwen, te ridiculiseren, hij voegt wiggen van verstand en rede en logica tussen onsen die heerlijke: ALLE DINGEN van God.
Zo zal de christen in de eindtijd geroepen worden, zich bewust te worden van zijn macht en rijkdom, hij zal scherp zien wie hij is in Christus en wat hij in Hem vermag. Paulus had het gezien en zegt "Ik vermag ALLE DINGEN in Hem, die mij kracht geeft" (Phil. 4 : 13).


Alle dingen

"Daarom, niemand beroeme zich op mensen; ALLES is immers het UWE. (In de engelse vertaling staat: For all things are yours - ALLE DINGEN.) Merkwaardig woord is dit: immers. Het woord impliceert: Dit wist u toch! Dit is toch een vaststaand feit! Dit is immers zo! Dit is een wet van het Koninkrijk en zoals geacht wordt dat alle wetten gekend worden, zo wordt ook geacht deze wet van het Koninkrijk te kennen. Alles, ALLE DINGEN, zijn IMMERS van u? Wij zingen: Van U zijn alle dingen, van U o God alleen! " De Bijbel zegt dat ALLE DINGEN ook van ons zijn en niet "van God alleen". Wat van God is, is van ons: God bezitter van ALLE DINGEN, wij eveneens bezitter van ALLE DINGEN. "Zal Hij ons met Hem niet ALLE DINGEN schenken?
ALLE DINGEN zijn DAAROM van ons." AL HET MIJNE is HET UWE, zegt de Vader in Lukas 15.


Wat zijn ALLE DINGEN?


Om duidelijk vast te stellen wat dit alles inhoudt, wordt dit verder gepreciseerd: "Hetzij Paulus, Apollos of Cephas (Petrus), het is alles het uwe." De eigenaar staat boven zijn eigendom, hij kan daar steeds vrijelijk over beschikken. Als u eigenaar bent van een geldstuk, kunt u er alles voor kopen wat u wenst, het geldstuk heeft daarin niets te beslissen, het is passief, de eigenaar staat hoger dan dit dode betaalmiddel en beschikt daarover. Indien wij de "bezitters" zijn van Paulus, Apollos en Petrus, de grootste figuren uit de aposteltijd, mannen van begaafdheid, welsprekendheid, maar nog meer van kracht, autoriteit over demonen, gezag over de duivelse machten, vol van de Heilige Geest, dan betekent dit dat de Heer déze dingen en méér aan u wenst te geven.

Alles van Paulus, heel zijn bediening van kracht, heel zijn betekenis voor de gemeente en voor de heidenen, dit alles wil de Heer u geven en méér dan dat, .u bent eigenaar. Alles van Apollos, van wien gezegd wordt dat hij doorkneed was in de Schriften, vurig van geest. Alles van Petrus, die woordvoerder was van de eerste gemeente, prediker van de eerste kerk, een man vol van de Heilige Geest, die bij zijn eerste prediking 3000 zielen tot bekering zag komen; de kerk was nog maar een uur oud. Een man die zieken genas, wiens schaduw zelfs mensen deed opstaan van hun ziekbed, die de dode Dorcas deed oprijzen en teruggaf aan haar vrienden, een groot man voor de gemeente en de heidenen.

Alle drie, als voorbeelden genoemd, waren wonderbare mannen Gods, begiftigd vol van genade Gods, gedreven en geleid door visioenen en openbaringen. De Bijbel zegt dat dit alles HET UWE is, dezelfde roeping, dezelfde krachten staan u ten dienste, dezelfde Geest van God die in hen werkte. De Bijbel zegt zelfs dat wij bóven hen staan, niet alleen hen gelijk zullen zijn maar hen overtreffen, de eigenaar staat er boven.


Wereld, leven en dood

Alles is immers het uwe, "Hetzij wereld, leven en dood." In "Alles" is alles ingesloten. "Neem de wereld, geef mij Jezus!" Maar de wereld is ONS, wij behoeven de wereld niet te laten nemen, maar kunnen het bewust weggeven. Maar dit betekent méér! De wereld rondom! ons, zoals zij reilt en zeilt, is mede ONDER ONZE VOETEN gesteld.

Als wij Christus in ons hebben, immers: "Niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij!" Galaten 2 : 20), dan hebben wij dezelfde plaats ingenomen als Christus, die door de Vader gesteld is "Aan Zijn rechterhand in de hemelse gewesten, BOVEN alle overheid en macht en kracht en heerschappij en allen naam, die genoemd wordt niet alleen in deze, maar ook in de toekomende eeuw. En Hij heeft alles (ALLE DINGEN) onder Zijn voeten gesteld en Hem als hoofd boven al, wat is, gegeven aan de GEMEENTE, die Zijn LICHAAM is, VERVULD MET HEM, die ALLES (ALLE DINGEN) in ALLEN VOLMAAKT" (Ef. 1 : 20 -23). En in Ef. 2 : 6 staat, dat Hij "Ons MEDE heeft opgewekt en ons MEDE een plaats gegeven in de hemelse gewesten (in de Troon), in Christus Jezus." Halleluja!

Als Jezus zegt: Ik heb de WERELD overwonnen, dan mogen wij mede in deze overwinning over de wereld staan, met alle consequenties. Dan mogen wij van deze overwinning gebruik maken om met Christus het Koninkrijk op te bouwen. De duivel wordt genoemd: De overste dezer wereld. Jezus heeft de wereld en de overste dezer wereld overwonnen, op Golgotha. Wij kunnen in deze zelfde overwinning staan en er naar handelen. Onbevreesd, overtuigd van onze (gegeven) macht. Tot opbouw van het Koninkrijk.

Jezus zegt: Ik ben het LEVEN! Wie mij zoekt, heeft eeuwig leven. Wie Mij eet, zal niet sterven. "Indien iemand van dit brood eet, hij zal in eeuwigheid leven; en het brood dat Ik geven zal, is mijn vlees, voor het leven der wereld" (Joh. 6 : 51). "Ik leef en gij zult leven!" Jezus overwon de dood door het leven. Bij Jezus werd het leven verzwolgen door de dood, maar de dood door het leven. "Ik ben gekomen, opdat zij LEVEN hebben en overvloed." (Joh. 10 : 10). Leven en ALLE DINGEN.

Wij mogen ons dit triomf over het leven eigen maken en het Koninkrijk er mee dienen. Immers het LEVEN is ons eigendom. Ons ter beschikking. Overwinnaars daarover. Glorie voor Jezus. "Het is alles het uwe!" (1 Cor. 3 : 21). ALLE DINGEN. Het wordt herhaald in deze regel, het mocht zijn dat u het niet goed begrepen hebt, het is "immers" zo! Jezus zegt dat Hij de DOOD heeft overwonnen. Wij mogen in deze overwinning staan en juichend in de Troonzaal met Christus ook deze vijand, "de laatste vijand", onder ONZE voeten leggen. (Kijk daar komt die demon aan die "fanatisme" scheldt, maar wij zeggen: Er staat geschreven!)

Wij zijn niet een zeker en onontloopbaar prooi van de dood, neen, hij is prooi van ONS, in Christus en daar zullen wij gebruik van maken. Staat niet in de opdracht van Jezus, aan ons gegeven voor de wereld: "Ga heen, predikt, geneest en wekt doden op" (Matth. 10 : 8). Wat betekent dat? Dit: Waar Hij ons roept de kracht van het Koninkrijk hiervoor aan te wenden, daar zullen wij in het verkregen gezag als ALLE DINGEN eigenaar ook deze vijand, deze doodsvijand tegengaan. In Jezus Naam. Dit deed Paulus ook, hij wekte een dode jongen die uit het raam was gevallen, op. Dit deed ook Petrus, die Dorcas opwekte uit de doden. Paulus en Petrus (Cephas) zijn "immers" uw "eigendom".


Doch gij zijt van Christus

"Doch gij zijt van Christus." Halleluja! Niet alleen kocht Hij ons vrij van de zonden, maar ook Hem ten eigendom. “Ik ben Zijn en Hij is mijn." Wij zijn: "Het volk dat Hij Zich "verworven" heeft, tot lof Zijner heerlijkheid" (Ef. 1 : 14). Daarom zijn wij niet meer van onszelf, maar behoren God toe. "Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heiligen Geest, die in u woont, dien gij van God ontvangen hebt, en dat gij NIET van UZELF zijt? Want gij zijt GEKOCHT en BETAALD" (1 Cor. 6 : 19, 20).

God verwierf Zich ons ten eigendom in Christus. Hij zette ons IN CHRISTUS. En in Christus hebben wij de beschikking over alles wat Christus ter beschikking is gesteld. Toen wij tot geloof in Christus kwamen en ons leven volkomen aan Hem overgaven, weggaven, kwijtgaven, zette God ons IN CHRISTUS. En alle krachten van het Koninkrijk, alle wonderbare faculteiten in het universum staan ons dan ter beschikking. IN CHRISTUS. Er is een nieuwe staat van leven gekomen, wij zijn IN CHRISTUS ingeplant, samengegroeid tot een éénheid ,(Rom. 6 : 5), verloren daarbij onze oude natuur en ontvingen de natuur van Christus. "Zo is dan wie IN CHRISTUS is, een NIEUWE SCHEPPING; het oude is voorbijgegaan, zie het NIEUWE is gekomen." (In de engelse vertaling staat: "All things are become new," ALLE DINGEN werden nieuw.) "En dit alles is uit God" (2 Cor. 5 : 17, 18).

In Christus mede-erfgenaam van ALLE DINGEN

Als wij IN CHRISTUS zijn, dan zal God ons van ALLE DINGEN voorzien. "En God is bij machte ALLE genade in u OVERVLOEDIG te SCHENKEN, opdat gij, in alle opzichtente ALLEN TIJDE van ALLES (engelse vertaling zegt- "Having all sufficiency in all things"; in ALLE DINGEN) genoegzaam VOORZIEN, in ALLE goed werk OVERVLOEDIG moogt zijn (2 Cor. 9 : 8).

"Zijn Goddelijke kracht immers HEEFT ONS met ALLES (ALLE DINGEN), wat tot leven en godsvrucht strekt, BEGIFTIGD, door de kennis van Hem, die ONS geroepen HEEFT door Zijn heerlijkheid en macht..." (2 Petr. 1 : 3).

"Want wij zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als Verlosser verwachten, die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan ZIJN VERHEERLIJKT LICHAAM GELIJKVORMIG wordt, naar de KRACHT, waarmede Hij ook ALLE DINGEN zich kan onderwerpen" (de engelse vertaling zegt: To subdue all things) (Phil. 3 : 20).

Wie IN CHRISTUS is heeft toegang tot ALLE DINGEN, in geloof. "ALLE DINGEN
zijn MOGELIJK voor wie GELOOFT" (Mark. 9 : 23).

"Ik bedoel dit: zolang de erfgenaam
onmondig is, verschilt hij in niets van een slaaf, al is hij ook EIGENAAR van ALLES (ALLE DINGEN); maar hij staat onder voogdij en toezicht tot op het tijdstip, dat door zijn Vader tevoren bepaald was. Zo bleven ook wij zolang wij onmondig waren, onderworpen aan de wereldgeesten. Maar toen de volheid des tijds gekomen was, heeft
God Zijn' Zoon uitgezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, om hen, die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij het recht van ZONEN zouden verkrijgen. En dat gij zonen zijt - God heeft den Geest Zijns Zoons uitgezonden in onze harten, die roept: Abba, Vader, Gij zijt niet meer slaaf, doch ZOON; indien gij ZOON zijt, dan zijt gij ook ERFGENAAM door God" (Gal. 4 : 1-7).

Jezus zegt: "ALLE DINGEN zijn Mij overgegeven door Mijn Vader" (Matth. 11 : 27).

"God heeft nu in het laatst der dagen gesproken in den Zoon, die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van ALLE DINGEN, door wie Hij ook de wereld geschapen heeft" (Hebr. 1 : 2).

“Zijn wij kinderen (Gods), dan zijn wij ook ERFGENAMEN van Christus"
(Rom. 8 : 17).

De Bijbel zegt dat Christus de Schepper is van ALLE DINGEN (Joh. 1 : 3).

"Hem, OM
wie en DOOR wie ALLE DINGEN bestaan" (Hebr. 2 : 10).

"Want in Hem zijn ALLE
DINGEN geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; ALLE DINGEN zijn DOOR Hem en TOT Hem geschapen; en Hij is vóór alles en ALLE DINGEN hebben hun bestaan IN HEM; en Hij is het Hoofd van het LICHAAM, de GEMEENTE"
(Col. 1 : 16-18).

Indien wij IN CHRISTUS zijn geworteld, in CHRISTUS INGELIJFD, één met Hem, dan zullen ALLE DINGEN die in Christus zijn, ook het onze zijn. Halleluja!

"Want het heeft uw Vader behaagd U het Koninkrijk te GEVEN" (Luc. 12 : 32). "Dankt te allen tijde in den Naam van onzen Here Jezus Christus God, den Vader, voor ALLE DINGEN" (Ef. 5 : 20).