De Gaven des Geestes

De Gaven des Geestes - The gifts of the Spirit
Elisabeth Hoekendijk - La Riviére

De gaven des Geestes "Opgevaren naar den hoge voerde Hij   krijgsgevangenen mede, gaven gaf Hij   aan de mensen" (Ef. 4 :8)

Nadat de discipelen waren ,,bekleed met kracht uit den hoge", begonnen zij te getuigen van de opgestane Heer. Jezus had, voordat Hij naar de hemel zou varen, gezegd: ,,dat in Zijn naam moest gepredikt worden bekering tot vergeving der zonden aan alle volken (Luk. 24:47). Maar Hij zei daarbij: ,,En zie, Ik doe de belofte Mijns Vaders op u komen. Maar gij moet in de stad blijven, totdat gij bekleed wordt met kracht uit den hoge" (Luk. 24:48, 49). Gehoorzaam hebben de discipelen gewacht op de ,,belofte des Vaders".

Jezus, de grote Hogepriester moest nog ingaan in de hemelse tempel, in het Heilige der heiligen, waar God woont, om met Zijn eigen Bloed een eeuwige verlossing te verwerven (Hebr. 9:12). Het ,,amen" van de Vader, op het volbrachte verlossingswerk van de Zoon, is de gave van de Heilige Geest, het begin van de hemelse erfenis. Op de dag dat de Heilige Geest werd uitgestort, begonnen de discipelen te getuigen van de grote daden Gods. Petrus kon het uitroepen als een juichkreet: ,,NU Hij dan door de rechterhand Gods verhoogd is en de belofte des Heiligen Geestes van den Vader ontvangen heeft, heeft Hij dit, uitgestort, wat gij en ziet en hoort" (Hand. 2:33). Wat was er te zien en te horen?

Allerlei bovennatuurlijke verschijnselen, tekenen en wonderen. Eerst was daar het geluid als van een geweldige windvlaag en vurige tongen op de hoofden der discipelen, als machtige tekenen dat de Geest was uitgestort. Dan is er het spreken in nieuwe tongen, vreemde talen, door hen die de Geest ontvangen hadden;

"En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest en, begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken" (Hand. 2:4).

Alleen door bovennatuurlijke krachten en gaven kunnen wij getuigen zijn van een bovennatuurlijk Koninkrijk. Als wij verder lezen in het boek der Handelingen der apostelen, dan zien wij dat er steeds wonderen werden gedaan. door mensen die vervuld zijn  met de Heilige Geest. Zij genazen de zieken en dreven duivelen uit.  Zo getuigden zij met woorden en daden dat Jezus was opgestaan als Overwinnaar en dat Hij was gezeten aan de rechterhand des Vaders.  

Gods Woord maakt het duidelijk dat de Heer wil dat wij eerst met de Heilige Geest vervuld moeten worden alvorens wij Zijn getuigen kunnen zijn. Zonder de vervulling met de Heilige Geest en de werking van de gaven des Geestes, zijn wij als soldaten die in de strijd staan zonder wapens, een krachteloos leger, dat zeker de strijd zal verliezen. De Heer wil ons zenden in deze wereld als gezanten van een Hemels Koninkrijk, toegerust met geestelijke wapenen.
Daarom: ,,Wordt vervuld met den Geest" (Ef. 5:18).  

Er is grote onbekendheid over de gaven des Geestes. Door onbekendheid is er ook veel vrees voor deze dingen. De Heer wil niet dat wij onbekend zijn met de gaven en werkingen van de Geest. Gods Woord zegt: ,,Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis" (Hos. 4:6). Veel fanatisme en verwarring is binnengekomen in de gemeente, doordat men onbekend is met het juiste gebruik van de gaven des Geestes. Dit was in Paulus dagen precies zo. Eigenlijk ben ik er achteraf dankbaar om, want hierdoor heeft hij er drie hoofdstukken van zijn brief aan de Corinthiérs aan gewijd om hen te wijzen op het juiste gebruik van de gaven.

,,Ten aanzien van de UITINGEN des geestes, broeders, wil ik u niet    onkundig laten" (I Cor. 12:1).

Paulus spreekt hier over de UITINGEN des Geestes en iets verder in hetzelfde hoofdstuk over de WERKINGEN en OPENBARINGEN.

,,Er is verscheidenheid in WERKINGEN, maar het is dezelfde God, die alles in allen werkt. Maar aan een ieder wordt de OPENBARING van den Geest gegeven tot welzijn van allen" (I Cor. 12 6,7).

Alles wat God werkt en openbaart door Zijn Geest, is tot welzijn, tot opbouw van allen.  Is het wonder dat de kerk van Christus krachteloos is geworden sinds er geen werkingen en openbaringen van den Geest meer zijn? God wil ons niet onkundig laten, daarom weten wij dat wij naar de wil van God handelen, als wij opnieuw Gods Woord gaan onderzoeken over de gaven des Geestes.     

In dit hoofdstuk van de Corinthebrief wordt INDIRECT over de gaven van de Geest gesproken.

,,Want den een wordt door den Geest gegeven met wijsheid te spreken, en den ander met kennis te spreken krachtens denzelfden Geest; den een geloof  door denzelfden Geest en den ander  is gaven van genezingen door dien enen  Geest; dan een werking van krachten, den ander profetie; den een het onderscheiden van geesten, en den  ander allerlei tongen, en weer een ander vertolking van tongen. Doch dit  alles werkt één en dezelfde Geest, die een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk Hij wil" (I Cor. 12:8-11).


Velen menen hier te lezen dat de een deze GAVE krijgt en de ander een  andere GAVE, zoals de soevereine  Geest het wenst te schenken. Maar zo staat het er niet! De hoofdgedachte in dit Schriftgedeelte is de eenheid, de harmonie.
Er staat dan bijv. ook niet; aan de één is de gave van wijsheid gegeven, maar (letterlijk vertaald): aan de één wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven. Dat is niet de gave, maar de werking, de uiting van de gave. 
In de verscheidenheid van bedieningen en werkingen (vrs. 4-6) is het toch één Geest, dezelfde Heer, dezelfde God, die alles in allen werkt. De Geest is niet gedeeld, er kan nimmer een tegenstrijdigheid zijn in de uitingen. Als iemand een vervloeking over Jezus of over Zijn knechten uitspreekt, is dit nooit van de Heilige Geest. Daarentegen is alles wat de Heer verheerlijkt en eert, alleen van de Geest. ,,Daarom maak ik u bekend, dat niemand, door den Geest Gods sprekende, zegt: Vervloekt is Jezus; en dat niemand kan zeggen: Jezus is Here, dan door den Heiligen Geest" (I Cor. 12:3).

Wat een verwarring moet er in de gemeente van Corinthe hebben  geheerst, dat Paulus deze woorden moest schrijven. Het is niet de bedoeling geweest van Paulus te schrijven dat degene die een woord van wijsheid uitspreekt, alléén de gave van wijsheid zou hebben en degene die een woord van kennis uitspreekt, alléén de gave van het woord van kennis heeft en geen andere. Dat degene die op een bepaalde samenkomst de zieken geneest ender handoplegging, alléén maar de gave van gezondmaking zou hebben en degene die de boze geesten uitdrijft, alléén maar de gave van het onderscheiden van geesten doet funktioneren en niet andere gaven. Neen, zo is het niet. Als het zo de bedoeling was dan zou elke zendeling die  uitgezonden werd naar een bepaald demonisch heidengebied, eerst acht anderen bijeen moeten zoeken die de  andere acht gaven hadden, om tesamen het werk van de Heer te kunnen doen. Waar zou hij die mannen vinden? Daarom, zo is het niet in het plan Gods.

God werkt ALLES in ALLEN. Alleen wanneer wij allen met alle Geestesgaven zijn toegerust, kan de Heilige Geest in Zijn volle rijkdom en veelkleurigheid zich openbaren en de kracht en heerlijkheid Gods in de gemeente werken. De Heer is de Brenger van leven en overvloed en deelt uit vanuit Zijn overvloed, daarom deelt Hij niet aan een ieder een enkele gave uit. Wie de Heilige Geest ontvangt, ontvangt de ganse volheid Gods. Zoals de ganse volheid Gods in Jezus was, evenzo is deze nu gegeven aan ons.
,,Want in Hem (Christus) woont AL de volheid der godheid lichamelijk; en Gij HEBT de volheid verkregen IN HEM, die het Hoofd is van alle overheid en macht" (Col. 2: 9. 10). ,,Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet ALLE dingen schenken?" (Rom. 8:32).


De negen gaven des Geestes zijn maar een onderdeel van de grote volheid en rijkdom die ons in en door Christus geschonken is. Ook in het Oude Verbond zien wij de gaven van de Heilige Geest. werken, maar dit is slechts een flauwe afschaduwing van wat de Heer wil doen door de zonen Gods, na de uitstorting van de Heilige Geest. Jezus zegt dat stromen van levend water uit het binnenste zullen vloeien van hen die de Heilige Geest ontvangen hebben
(Joh. 7:37-39). Johannes de doper werd door Jezus genoemd de grotere van alle profeten die voor hem geweest waren, maar ,,De kleinste in het Koninkrijk der hemelen is groter dan hij" (Matth. 11:11).
Petrus schrijft er over dat de profeten gezocht en gevorst hebben naar de zaligheid die over ONS geopenbaard zou. worden. Zij dienden niet zichzelf, maar ONS, de GEMEENTE van de eindtijd. Zelfs engelen zijn begerig een blik te slaan in de geweldige dingen die gebeuren met de GEMEENTE die vervuld is met de Heilige Geest  (I Petr. 1:10-12). ,,Al wat namelijk te voren geschreven is, werd tot ons onderricht geschreven, opdat  WIJ in de weg der volharding en van de vertroosting der Schriften de hoop zouden vasthouden" (Rom. 15: 4). Alles wat gebeurd is met Israel is ONS ten voorbeeld geschied (I Cor. 10:6; Hebr. 3, 4).  

Wij beseften nog niet half hoe geweldig groot het plan is dat God MET ONS voor heeft en hoe Hij Zijn alles- vernieuwende kracht DOOR ONS wil openbaren. Wij zijn het volk van de eindtijd, het volk ter voorbereiding van de volheid der tijden, een volk tot lof Zijner heerlijkheid (Eph. 1:12, 14).   Als wij hebben ingezien dat de gemeente ver van haar roeping is afgedwaald, willen wij ons bekeren en ons opnieuw uitstrekken naar de volheid van de Heilige Geest. Wij ontvangen alles van God door geloof en het geloof is door het Woord van God. Daarom willen wij opnieuw met elkander het Woord lezen over de gaven en krachten van Gods Geest met de bedoeling dat het geloof in onze harten zal groeien en elk kind van God weer de gaven des Geestes zal ontvangen en gebruiken.

Welke zijn deze gaven.

De gaven des Geestes zijn negen in getal, zoals ze aangeduid worden in; I Cor. 12:8-10.
Zij vallen naar hun karakter uiteen in drie groepen van drie. U ziet ze hieronder gerangschikt in de volgorde waarin zij door ons worden ontvangen en gebruikt. Wijj verdelen ze in drie groepen van drie.

Sprekende, denkende en handelende God

Inspiratie-, Aanbiddings- of Uitingsgaven

1. De gave van tongen
2. De gave van vertolkingvan tongen
3. De gave van profetie

Door deze eerste drie gaven, openbaart God zich als de
sprekende God.

Openbarings- of Instructiegaven

1. De gave van het woord van kennis
2. De gave van het woord van wijsheid
3. De gave van het onderscheiden van geesten

In deze drie gaven, openbaart Hij zich als de denkende God

Kracht- of Mededelingsgaven

1. De gave van geloof
2. De gave van gezondmaking
3. De gave van wonderwerken 

In deze drie geven is hij de handelende God.

Al deze negen gaven zijn bekwaamheden die God ons geeft om bovennatuurlijke handelingen te den. Bij elk van deze gaven is de handeling verschillend.
Zo is de gave van tongen een bekwaamheid die God ons geeft om te spreken in talen die wij niet verstaan.
De gave van vertolking van tongen is de bekwaamheid om door inspiratie
van God de vertolking uit te spreken van een boodschap die in een vreemde taal wordt geuit.
De gave van profetie is de bekwaamheid van God ontvangen m een boodschap van Hem uit te spreken direct in onze eigen taal. Zo’n boodschap is altijd tot stichting, vermaning (aansporing) en bemoediging (I Cor. 14:3).
De gave van het woord van kennis is de bekwaamheid om een openbaring van God te ontvangen, waardoor God ons iets bekend maakt waarvan wij met ons natuurlijk verstand niets afweten.
De gave van het Woord van wijsheid is de bekwaamheid om een woord of aanwijzing van de Heer te ontvangen, wat men moet doen of spreken in bepaalde omstandigheden.
De gave van het onderscheiden van geesten is de bekwaamheid om van geesten de aanwezigheid te ontdekken en hun identiteit vast te stellen.
De gave van geloof is de bekwaamheid die God ons door Zijn Geest geeft, om te geloven dat het onmogelijke zal gebeuren en ook om dit geloof mede te delen, te inspireren in anderen.
De gave van gezondmaking is de bekwaamheid om de genezende kracht van Jezus mede te delen aan zieken. Gods Woord spreekt in I Cor. 12:9 over ,,gaven van genezingen". Dit wil niet zeggen dat er verschillende gaven van gezondmaking zouden zijn. Men meent wel eens dat de een de gave heeft om rheumatiek te genezen,
de ander om bijvoorbeeld kanker te genezen, enz. Maar zo is het niet bedoeld, elke genezing die ontvangen wordt is een geschenk, een gave, dit wordt ons medegedeeld door de gave van gezondmaking. In I Cor.12 wordt gesproken over OPENBARINGEN, WERKINGEN, dit zijn de PRODUCTEN van de gaven des Geestes.
De gave van wonderwerken of krachten is de door God gegeven bekwaamheid om bovennatuurlijke dingen te doen, voor de eer van Zijn Naam.
Paulus schrijft er over dat de Heilige Geest all deze uitingen, openbaringen en werkingen toebedeelt naar Zijn wil (I C0r. 12:11). Het is Zijn wil om ALLES in ALLEN te werken
(I Cor.12:6), zoals het ons ook verder duidelijk wordt gemaakt in I Cor. 14. De Heer maakt ons niet willoos, zodat wij maar moeten afwachten of de Heilige Geest ons iets geven wil of niet. Neen, de Heer maakt ons Zijn wil juist bekend en moedigt ons aan om overeenkomstig Zijn wil te handelen. Hij wijst ons de weg die omhoog voert: ,,Jaagt de liefde na en streeft naar DE GAVEN DES GEESTES" (I Cor. 14:1).

 


Het in verantwoordelijkheid ontvangen en gebruiken van de Geestelijke Gaven

Een van de belangrijkste dingen, die we bij de geestelijke gaven in het oog moeten houden, is onze verantwoordelijkheid bij het ontvangen en gebruiken van de  geestelijke gaven. Als wij niet verantwoordelijk zouden zijn, zou Paulus ons niet kunnen opdragen naar geestelijke gaven te streven  (1 Cor.l2 31, 14:1) 
Hoewel er verschil in belangrijkheid is tussen de gaven, zegt de bijbel niet, dat we naar de éne gave wel en naar de andere gave niet zouden moeten streven. Onze verantwoordelijkheid geldt ten aanzien van alle gaven in het algemeen. - Streeft naar de GAVEN (meervoud)

Paulus zet bijv. de tongentaal onderaan (1 Cor.12:10) 
Maar wil toch, dat allen in tongen spreken  (1 Cor.14:5) 
Ook in Handelingen wordt tongentaal aan de gehele gemeente gegeven (Hand.2:4, 10: 44-46) 
Ieder, die in tongen spreekt, moet bidden dat hij mag uitleggen (1 Cor.l4:13) 
Ook moeten allen streven naar de profetie  (1 Cor.14 :1) 
Meer nog dan naar tongentaal  (1 Cor.14 :5) 
De mogelijkheid is alleen één voor één (1 Cor.14 31) 
Daarom algemeen geldend nogmaals: streeft er naar te profeteren  (1 Cor.14 :39) 
Het is hieruit duidelijk, dat het Gods bedoeling is, dat wij alle drie de uitingsgaven hebben (spreken in tongen, profeteren en vertolking van tongen). En wij zijn allen persoonlijk verantwoordelijk, Dit geldt evenzeer voor de andere gaven, de openbaringegaven en de krachtgaven. Het streven, dus onze verantwoordelijkheid, is evenzeer op deze gaven van toepassing. Paulus maakt geen uitzondering.

We zien dit ook bevestigd in het woord, als we lezen, dat gaven zijn medegedeeld, krachtens een profetenwoord onder handoplegging (1 Tim.4:14) ..door mijn handoplegging(2 Tim.1:6)

De eerste aanhaling wordt gegeven in een verband, dat uit sluitend handelt over boze geesten en hun werkingen in de gemeente. Het kan alleen opgevat worden, dat dit betrekking heeft op de gave van het onderscheiden van geesten. Dit is één van de openbaringsgaven. De tweede aanhaling wordt gevonden in een omlijsting, die geheel over geloof handelt, één van de krachtgaven van de geest, die wordt aangeduid. dat voor één openbaringsgave geldt, is precies even duidelijk van toepassing op alle, in zoverre het betreft de verantwoordelijkheid ervoor van alle gelovigen. Hetzelfde is waar bij de krachtgaven. Wanneer wij deze dingen dus zo zien voor alle gaven. komen we tot de konclusie, dat alle negen gaven voor iedere gelovige persoonlijk zijn. Dit is ook duidelijk, als we de gaven zien vanuit de vervulling met de Heilige Geest. 
De volheid van de Geest is voor ieder gelovige en ieder kind van God is verantwoordelijk om deze volheid ook in volheid tot uiting te laten komen, dat wil zeggen door alle negen gaven van de Geest. streven naar geestelijke gaven is daarom bereid worden en open komen voor de verschillende manieren, voor de verschillende gaven, waardoor de Geest Gods door ons allen wil werken. 
Wat voor het ontvangen zo is, is evenzeer zo voor het gebruiken. Ook daarin zijn we verantwoordelijk. God heeft ons de beschikking over geestesgaven gegeven om deze in geloofsafhankelijkheid van Hem te gebruiken, aan te wenden, te hanteren. 
Dit blijkt uit alle regels, die Paulusgeeft in (1 Cor.14) 
En veronachtzaam de gave in u niet (1 Tim.4:14) 
De gave Gods aan te wakkeren (2 Tim.1:6)

Niet één gave voor één persoon
Er is de opdracht van Christus de geestelijke gaven te gebruiken geeft het om niet (Matth.10:8) 
Dit vereist opheldering van enkele misverstanden. Velen houden het ervoor, dat één gave is gegeven aan één persoon, en een andere gave aan een ander.

Men wijst dan op:
er is verscheidenheid in genadegaven  (1 Cor.12:4) 
Inderdaad is er verscheidenheid, d.w.z. de Heilige Geest deelt zijn werk door de gaven in verschillende manieren in; er zijn verschillende gaven, nl. negen. Maar deze tekst zegt er niets van, dat deze negen gaven over negen personen verdeeld moeten zijn. Een volgende tegenwerping berust op een statische opvatting van 
Cor.12: 8-10. Laten we dit gedeelte goed verstaan. 

Uitingen en produkten van de Geest
Paulus geeft geen dogma over geestesgaven. Hij zegt niet; Zo is het vastgesteld. Hij beschrijft integendeel, hoe het gebeurt, de openbaring van de Geest wordt gegeven, vers 7), de openbaring, dat is niet de gaven, maar de uitingen, de producten van de gaven. Hij heeft het over de werking der gaven. Daarom staat dit stuk in de tegenwoordige tijd (wordt). Dit stuk is niet statisch, het is dynamisch; er zit beweging in.

Er staat dan bijv. ook niet; aan de één is de gave van wijsheid gegeven, maar (letterlijk vertaald): aan de één wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven. Dat is niet de gave, maar de werking, de uiting van de gave. 
De enige keer, dat het woord "gave" wordt gebruikt in dit gedeelte, is in verband met genezing, maar daar moet het kennelijk worden opgevat in de algemene zin van  "geschenk", gezien de meervouden. Iedere genezing, die u of iemand anders ontvangt, is een geschenk, een gave van de Heer.

Gelijk Hij wil
Hiermee zijn we dan aan het volgende probleem; "Gelijk Hij wil"  (1 Cor. l2:11) Dit moeten we in bovengenoemd verband ook niet eenzijdig, statisch opvatten, maar het heeft betrekking op de levende, bezigzijnde gemeente, die geleid wordt door de Heilige Geest en dus naar de wil van de Geest. In deze gemeente wordt door de Heilige Geest de één op deze, de ander op die manier gebruikt. Het gaat om de samengekomen gemeente, waar de één via deze, de ander via die gave mee werkt. Bij dit alles wordt onze persoonlijke verantwoordelijkheid nooit uitgeschakeld.

Hoogste gaven
We zijn steeds verantwoordelijk om naar de hoogste gaven te streven (1 Cor.12:31) 
Verantwoordelijk ook voor een ordelijk gebruik (1 Cor.14:40) 
En dit blijft gelden voor alle gaven en voor ieder. Dit vinden we ook bevestigd in het leven der apostelen, waarbij blijkt, reeds uit de weinige dingen, die we van hun leven weten, dat zij verschillende gaven hadden. De praktijk van toen en nu laat zien,dat verschillende gaven dikwijls moeten samenwerken. Bij de gave van gezondmaking behoren ook de gaven van kennis en wijsheid om op de juiste wijze met de zieke om te gaan; hoort ook de gave van het onderscheiden van geesten om eventueel de demonische achtergrond van de ziekte te onderkennen; hoort ook de gave van geloof om met kennis en wijsheid het geloof van de zieke op te bouwen en om in geloof,dat wonderen werkt, de genezing in Jezus' naam mede te delen, terwijl bij dit alles ook het bidden in tongen van veel betekenis kan zijn tot geloofsopbouw. 
Deze in elkaar grijpende werking der verschillende gaven zien we bij vele genezingsgeschiedenissen in de bijbel. 

U leest dat er verschillende misvattingen besproken zijn. tegenwoordig zijn de Gaven van de Geest zo op achtergrond geraakt en zijn de bijwerkingen zoals het vallen in de Geest etc. veel meer een regel dan uitzondering geworden. Bij de eerste uitstorting in Handelingen 2:4 lezen we "En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken." Er werden verder geen gevoelsuitingen gezocht. Als er uitingen waren, was dat het spreken in tongen waar ze menigmaal uitleg moesten geven aan toehoorders en ongelovigen: "Indien dan de gehele gemeente bijeengekomen is en allen in tongen spreken, en er komen toehoorders of ongelovigen binnen, zullen zij niet zeggen, dat gij wartaal spreekt?" 1 Cor.14:23