tongentaal
         home

Voorwoord

Op deze site van de laatste bazuin een reeks maandelijkse aanvullingen met betrekking op de eindtijd en de Antichrist. De bedoeling is dat wij onszelf onderzoeken of we een getuigen van Jezus zijn met duidelijk zichtbaar bewijs zoals in de tijd van de eerste gemeente. Als Jezus wederkomt hebben wij dan nog het geloof wat bergen verzet!!! Ook moeten we oppassen dat we niet de nadruk leggen dat er een grote opwekking komt, tenslotte leven we in de eintijd en er wordt gesproken over de grote afval, alleen is de vraag hoe wij als christen zullen standhouden. Opwekking begint bij jezelf door radikale bekering en vooral volharding.


Index

De Oogst is de Eintijd der Wereld
Getuigen met bewijs

Zet uw geloof om in daad



Ja ik kom spoedig

 

Eindtijd en de Antichrist


2012 De Antichrist

"Want het geheimenis der wetteloosheid is reeds in werking; (wacht) slechts totdat hij, die op het ogenblik nog weerhoudt, [verwijderd ] is. II Thess. 2 vers 7

azteekse kalender
Steeds meer lezen we verhalen over de eindtijd in het nieuws. De ene film na de andere laat ons steeds weer een ander doem-scenario zien van de vernietiging van de aarde, en volgens de kalender van het Azteken volk (zie plaatje rechts) van duizenden jaren geleden staat de klok van de aarde stil op 21 december van dit jaar. Satan is de regiseur van de leugen en heeft zo weer zijn eigen leugens verspreidt waarom de wereld zoveel rampen te wachten staat. Ach het is toch maar een film, denken we, maar toch,.. Wij als Christen weten dat in Matheus 24 Jezus al voorzegt heeft wat er gaat gebeuren, maar de wereld verkiest de leugen van een eeuwenoude kalender van de Azteken boven de voorspellingen die in de Bijbel staan.

Gemeente of Antichrist
II Thess. 2 : 6 In de Thessalonicenzenbrief schrijft Paulus, dat hij weerhouden wordt, totdat hij zich zal openbaren op zijn tijd. Jammer genoeg zijn er in de vertaling van het volgende vers twee woordjes binnengeslopen die er niet in horen.
Het zijn de woorden "verwijderd is", de Statenvertaling geeft "weggedaan". Zo is men er toe gekomen om uit deze tekst op te maken dat de gemeente eerst verwijderd of weggedaan moet zijn, voordat de antichrist zich kan openbaren. Dit zeer ten onrechte, want in vers 1-4 lezen we juist, dat de dag van Christus' komst tot vereniging met de Zijnen, niet aanbreekt voor de openbaring van de antichrist.

In werkelijkheid, naar de grondtekst, staat hier in II Thess. 2 vers 7: 

"Want het geheimenis der wetteloosheid is reeds in werking; alleen die hem nu wederhoudt, die zal hem weerhouden totdat hij uit het midden zal worden (opkomen)."

Lees hier het boek online.


DE WANDELAAR GODS

"Toen Henoch vijf en zestig jaar geleefd had, verwekte hij Methusalah. En Henoch wandelde met God, nadat hij Methusalah verwekt had, driehonderd jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. Zo waren al de dagen van Henoch driehonderd vijf en zestig Jaar. En Henoch wandelde met God, en hij was niet meer want God had hem opgenomen" (Gen. 5 : 21-24)

Uit de geheimzinnige, duistere tijd voor de zondvloed is weinig bekend, maar er treedt een man naar voren van bijzondere betekenis. Het bericht wat de bijbel van hem geeft is weinig  schetsmatig, maar belangrijk, in een tijd van verval en godloosheid is hij de man die met God wandelde. Mozes, de schrijver van de eerste vijf boeken van de bijbel, weet weinig van hem te vertellen. Wel is er het boek van Henoch waarin  Het toekomstige lot van de Goddelozen en de Rechtvaardigen. "De opstanding van de doden" "Het gericht over de gevallen engelen" "De komst van de Messias"en "Het nieuwe Jeruzalem" wordt beschreven. Het betreft ook hoofdstukken over kwesties van gevallen engelen (Nephillims) die zich met vrouwen uit de mensenkinderen hebben gepaard. Deze gebeurtenis staat in Genesis 6. Judas en Petrus vermelden over de ontrouw van de engelen en de oordelen die uitgesproken zijn door Henoch;

Judas 1:6 en dat Hij engelen, die aan hun oorsprong ontrouw werden en hun eigen woning verlieten, voor het oordeel van de grote dag met eeuwige banden onder donkerheid heeft bewaard gehouden.

2 Petrus 2:4 Want indien God engelen, die gezondigd hadden niet gespaard heeft maar hen, door hen in de afgrond te werpen, aan krochten der duisternis heeft overgegeven om hen tot het oordeel te bewaren; en de wereld van de voortijd niet gespaard heeft…..


Als Henoch vijf en zestig is, krijgt hij een zoon die de oudste mens van de geschiedenis zal worden, deze wordt 969 Jaar oud (Gen. 5 : 27), maar hij gaat ook een andere periode van zijn leven in: het wandelen met God. Hij wandeld met God en spreekt met God, zijn leven gaat naast God, in innige relatie, totdat hij wordt opgenomen.  Niet weggeraapt door de dood, niet weggenomen, maar ópgenomen, hier is sprake van opname! Naar boven gehaald. Het huis van God binnengehaald.

Geen sterfbed, geen doodstrijd, geen worsteling met de laatste vijand, geen benauwenis, geen smartelijk afscheid, neen, een lieflijk binnenstappen over de drempel van Gods huis; wandelende is hij dóórgewandeld, binnengewandeld, aan de hand van zijn Grote Vriend. Niemand wandelt met God,' driehonderd jaar of driehonderd uur en blijft dezelfde, hij zal veranderen naar het beeld van zijn Partner, geleidelijk Zijn deugden overnemen, Zijn woorden gaan spreken, Zijn gedachten denken. Zoals Mozes van de berg afdaalde waar hij een topconferentie op het allerhoogste niveau had gehad en voor zijn volksgenoten zijn aangezicht moest bedekken vanwege de verblindende glans van Gods aangezicht dat er op was gebleven, zo was er ook glans en heerlijkheid op Henoch afgestraald. Zoals Stefanus bij zijn steniging een glans op het gezicht kreeg als van een engel, als hij zijn Vriend Jezus zag staan ter rechterhand Gods, zo kwam er glorie van God op Henoch, dat kan niet uitblijven. En dat blijkt ook, als wij zijn leven bestuderen.

Hij wordt een geloofsheld genoemd en waardig gekeurd in de eregalerij van geloofshelden te worden opgenomen van Hebreeën 11. Laten wij lezen wat het nieuwe Testament openbaart over Henoch, het vertel t meer van hem dan het oude Testament. .. Door het geloof is Henoch weggenomen, zodat hij den dood niet zag, en hij werd niet meer gevonden, wànt God had hem weggenomen. Want vóórdat hij werd weggenomen, is van hem getuigd, dat hij Gode welgevallig was geweest; maar zonder geloof is het onmogelijk Hem welgevallig te zijn (Hebr. 11 : 5, 6). Henoch was God welgevallig, Gods vriend, omdat hij geloof had en door dit geloof nam God hem weg en deed hem de dood niet zien. God deed dit niet zómaar, maar Hij honoreerde het geloof van Henoch, het geloof ontsloot het huis van God, zodat hij de dood niet zag. Wilt u acht geven op , het verband dat wordt gelegd in Gods woord tussen "door het geloof" en "zodat hij de dood niet zag"? Oorzaak en gevolg. ZODAT. Let ook op het woord: WANT. "Want. ... er is van hem getuigd, dat hij Gode welgevallig was geweest."

De gemeente

Henoch is duidelijk het beeld van de gemeente in de eindtijd, voor Christus' komst. Voor dat Henoch werd weggenomen, is van hem getuigd dat hij Gode welgevallig is geweest. Voor dat de gemeente wordt weggenomen, zal van haar getuigd worden dat zij zonder vlek en rimpel is. "Evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en zich voor haar overgegeven heeft, om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord, en zo zelf de ,gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zó dat zij heilig is en onbesmet" (Ef. 5 : 25-27). Een volkomen bruidsgemeente, Gode welgevallig. Wandelende met God is de gemeente tot volkomenheid gekomen. Door de geest der profetie bericht Judas, de apostel des Heren, over Henoch, in zijn korte brief. Het is merkwaardig dat een persoon in het nieuwe Testament over een figuur uit het oude Testament weet te berichten die 4000 jaar voor hem geleefd had, hij vertelt niet alleen dat Henoch profeteerde, maar ook wat over de eindtijd. God sprak op Zijn wandelingen met Henoch over de dingen van het eindgericht, de grote witte Troon.

God vertrouwde Zijn vriend Henoch geheimenissen toe, die Mozes, de andere vriend van God niet geweten heeft, althans niet noteerde over Henoch. Maar God openbaarde door Zijn heilige Geest, door profetie, aan Judas, een andere vriend van God, de broeder van Jezus (Mark. 6 : 3) over Henoch meer bijzonderheden, die van groot belang zijn.  Gods Geest doet dat meer en openbaart meer aan mensen van Gods geheimenissen, God wil Zijn plannen delen met Zijn kinderen. "Maar u heb Ik vrienden genoemd, omdat Ik alles, wat Ik van mijn Vader gehoord heb, u heb bekend gemaakt" (Joh. 15 : 15). En in het hogepriesterlijke gebed zegt de Zoon tot de Vader: "Nu weten zij, dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt, want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven en zij hebben ze aangenomen" (Joh. 17 : 7, 8).

Judas schrijft (vanaf vers 14): "Ook over hen heeft Henoch, de zevende van Adam af, geprofeteerd, zeggende: Zie, de Here is gekomen met Zijn heilige tien duizenden, om over allen de vierschaar te spannen en alle goddelozen te straffen voor al hun goddeloze werken, die zij goddeloos bedreven hebben, en voor al de harde taal, die de goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben. Dit zijn de morenden, mokkend om hun lot, wandelende naar hun begeerten, maar hun mond spreekt hoogdravend, als zij om des voordeels wil de mensen in hun gezicht vleien."
Hier wordt medegedeeld dat Henoch een profeet was en bekend gemaakt wat hij eens profeteerde over de eindtijd, een man helemaal aan het begin van de geschiedenis van de mensheid, profeteert over de dingen aan het einde  van deze geschiedenis, hij overziet  de gehele tijd, het kan met anders dan dat God dit hem - al wandelende - had meegedeeld, God ontsluierde  (openbaring = apocalypse = ontsluiering) voor zijn ogen de toekomstige dingen uit Zijn Raad. In deze drie Schriftgedeelten: Genesis  5; Hebreeën 11; Judas 14, rijst de figuur van Henoch op, een zeldzame figuur, en hij is het beeld van de gemeente in de eindtijd, in haar laatste fase, vóór dat Jezus komt op de wolken. In karakter, gemeenschap met God, profetische gaven, geloof en Wijze van opname, zien wij dit.

De wandeling

Henoch betekent: binnen-leiding, invoering, aanvang. De gemeente wordt binnengeleid in de volkomenheid. Het is een lange weg, een lang proces. Door de heilige Geest wordt zij geleerd om allerlei beperkingen te overwinnen, begrenzingen te doorbreken, onvolkomenheden te ontgroeien, onwetendheid te boven te komen, zwakheid af te leggen. In de wandeling met Gods Geest die in alle waarheid leidt, wordt 'deze gemeente gelijkvormig aan het beeld des Zoons. De heilige Geest gebruikt daartoe allerlei middelen en bedieningen, o.a. de vijf bedieningen van het Woord. "En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, TOTDAT wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van den Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus" (Ef. 4 : 11-13). " .... Opdat gij vervuld wordt tot alle volheid Gods" (Ef. 4 : 19). "En wij allen, die met een aangezicht waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid des Heren weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door den Here, die Geest is" (II Cor. 3 : 18). Het is  een wonderbaar proces, een geestelijke  school, deze geleidelijke verandering naar het beeld ' des Zoons, van heerlijkheid tot heerlijkheid. Vele gelovigen menen dat wij onvolmaakt en zwak en ziekelijk en zondig zullen voortstrompelen op aarde en eerst in de hemel volkomenheid zullen zien, maar dat is onjuist, de verandering geschiedt op aarde, door de werking van de heilige Geest. Want de Bruid van Christus wordt volkomen gevonden door de Bruidegom. "En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al (in de duitse bijbel staat: durch und durch) en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onzen Here Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te zijn. Die u roept, is getrouw; Hij zal het ook doen" (I Thess. 5 : 23, 24). Wij kunnen het niet maar wel door de Heilige Geest die wij toelaten om door ons heen te werken en de werken van het vlees te vernietigen. Galaten 5:22.

Als de dag van de volkomenheid is aangekomen, bij Henoch gesymboliseerd in de zin: de zevende (laatste volkomene ) van Adam, dan heeft de gemeente het stadium bereikt dat de beperktheid, onvolkomenheid onvolgroeidheid is overwonnen. 'Dan is sektarisme, kerkisme, kortzichtigheden, enghartigheden, verdeeldheid al deze groeistuipen in de weg naar de volwassenheid, de volkomenheid overwonnen, dan is ze de ene enige' gemeente van Jezus Christus en dat alleen is de gemeente die Hem tegemoet gaat in de lucht, bij Zijn komst.
Dan treedt zij, de gereedgemaakte bruid, zonder vlek en zonder rimpel de bruidegom tegemoet. Ze is gelijkvormig aan het beeld des Zoons, haar eindstadium is bereikt. Zo treedt zij de heerlijkheid des Heren binnen, zoals Henoch tenslotte waardig gekeurd wordt om binnen te gaan in het huis Gods, opgenomen in heerlijkheid. De dag van de opname van de gemeente is de dag dat zij volkomen is, “in alle dele onberispelijk”.  Dat is het werk van de Heilige Geest.

Henoch werd gevormd naar Gods beeld, terwijl het wandelde met Hem; ook de gemeente wordt gevormd naar het beeld van de Zoon. En zoals wij vroeger het beeld van Adam droegen in onze zondige staat, zo dragen wij nu het beeld van de laatste Adam, Jezus. “En gelijk wij het beeld van het stoffelijke (let u op, hier wordt niet voer het kwaad abstract, onpersoonlijk gesproken, maar over een persoon Adam) gedragen hebben, zo zullen wij het beeld van het hemelse (Jezus) dragen. Jezus bevrijdde ons van de oude mens, door Zijn volbracht werk op Golgotha, dat is een feit, er staat: gedragen hebben, verleden tijd. Paulus schrijft aan de Galaten, dat het zijn roeping was om Jezus in zijn leven en bediening te openbaren, “geroepen om Zijn Zoon in mij te openbaren (Gal. 1:16). “Bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld Zijns Zoons” (Rom. 8:29). “Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen, maar wij weten, dat, als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen, want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is” (1 Joh. 3:2).

De eerste Adam was ook een wandelaar met God, zij liepen in de hof en God had bij Zijn schepping volkomenheid voor ogen gehad, naar Zijn beeld en gelijkenis. Het is duidelijk dat Gods plan met Adam, Zijn vriend, niet was dat hij door ziekte en dood zou worden aangevallen, Hij schiep een volkomen schepping. Niet zwak, niet ziekelijk, niet  smartelijk, met onwetend.  Doch door de zondeval kwam ziekte en vrees en dood in het leven der mensen. Zonde baart de dood. De dood bracht God niet in het leven van den mens, maar het is de vrucht der zonde. Ook de verschijnselen van ziekte, vrees en duisternis heerste over de mensenwereld. Toen is Jezus gekomen op aarde met het evangelie en evangelie is de Goddelijke boodschap van herstel van de breuk met God. Jezus kwam om de werken van de duivel te verbreken (1 Joh. 3:8), alle vernietigings-arbeid, alle leugen-politiek. Halleluja! De Heer wi weer de volkomenheid terugbrengen in degenen die Zijn kinderen worden genoemd en in Zijn familie werden ingeboren en door Jezus nieuwe scheppingen zijn geworden. “Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping: het oude is voorbij gegaan, zie het nieuwe is gekomen. En dit alles is uit God, die door Christus ons met Zich verzoend heeft” (2 Cor. 5:17-18).

Hij, die gezegd heeft: “Want Ik, de Here ben Uw Heelmeester” (Ex. 15:26), is gekomen om alle vernitigingsarbeid van de duivel te helen, Hij kwam om onze sonden te vergeven (Jes. 53:5), (Ps. 103:3) onze ziekten te genezen (Jes 53:4), (Ps. 103:4); ons denken te vernieuwen (Rom. 12:2); ons besef van kwaad te ontnemen (Hebr. 10:22); deel doen hebben aan de Goddelijke natuur (2 Petr. 1:4); te zitten (nu reeds) met Christus in Zijn troon (Ef. 2:6); erfrechten te geven (Gal. 3:29) ons te vullen met de gansche volheid Gods (Col 2:10); ons aan Hem gelijk te maken (1 Joh. 3:2). Het is wonderbaar wat de Heer met ons en de gemeente voorheeft. Hij maakt de gemeente levend, vrij van schuld en vrij van ziekte en vrij van vrees. “De eerste menst Adam werd een levende ziel; de laatste Adam een levendmakende geest” (1 Cor. 15:45) Zoals Henoch met God naar de volkomenheid wandelde, zo ook de gemeente. En van natuurlijke mensen worden wij geestelijke mensen, wij leren de wil van God en de woorden van God te verstaan en door te geven. Wij hebben de zin van Christus (I Cor. 2 : 16). Wij hebben de woorden van God, de volle toerusting. "Opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust" (II Tim. 3 : 17). De mens Gods. De volkomene. En zoals Henoch werd opgenomen en de dood niet zag, maar werd opgenomen, zo zal de gemeente van Christus ook niet lichamelijk afdalen in de Sheol (het graf), maar worden opgenomen in heerlijkheid.

Evenals de ranken hetzelfde leven in zich  voelen stromen als er leven is in de wijnstok, zo leeft er hetzelfde leven opstandingsleven, in ons als er in Christus is. "Ik leef en gij zult leven", zegt Jezus. "Ik ben gekomen opdat gIj leven en overvloed zult hebben." "Ik ben de weg, de waarheid en net leven." De gemeente zal in de eindtijd, evenals. Henoch, de gaven des Geestes bezitten en. beoefenen, ze zal de gave der profeten  hebben en profeteren over de wil van God. De vervulling met de heilige Geest zal de toegang zijn van deze gaven en het:  Zo spreekt de Heer .... ! Profetie wijst altijd naar Jezus als de Heer, het Woord de Schepper. "Want het  geheimenis  van Jezus is de geest der profetie (Openb. 19: 10). De laatste gemeente van Christus op aarde zal het Woord hanteren en de gaven bedienen, opdat de gave, de geest der profetie, zal bekendmaken alle dingen die God door Zijn Geest wil bekend maken ter volkomenmaking van Zijn gemeente.

De andere Henoch


Henoch, de wandelaar met God, heeft in zijn familie nog een naamgenoot, de tweede Henoch, die de eerste was.  Henoch, de zevende van Adam in de goddelijke lijn, (Lamech  is de zevende van Adam in de vleselijke, natuurlijke, wereldlijke lijn) is de zoon van Jered (Gen. 5 : 18); de andere Henoch, de zoon van Kaïn (Gen. 4 : 17). Al zijn deze twee mannen naamgenoten, ze zijn in alles elkanders tegenstellingen. Kain werd uit de hof van Eden uitgewezen en vertoefde in het land Nod, het land van de  omzwerving.  Hij was uit Gods genade, woordverbondenheid, wandelgemeenschap uitgesloten en zwierf, ontheemd, rond in het niemandsland, waar de vrees regeert, de demonen heersen. Hij is bevreesd, de doolaard, hij vlucht voor zijn schaduw uit, hij is beducht voor de wraak. En, primitief als hij is, verduisterd,  zoekt hij zijn eigen weg,  nu hij uit Gods tuin gebannen is.

HIJ wandelt met zichzelf, zijn hart is bang, zijn vrede is weg. Als God hem in zijn angst ontmoet, komt Hij hem toch te hulp, God kan dat niet laten en schrijft een teken aan Kaïn, Hij het "Tao"-teken, het X-teken, zodat Kaïn de eerste moordenaar werd die beschermd werd door het teken des kruizes. Kaïn bouwt een stad, een ommuurde veste voor zijn vrees, voor zijn bonzend hart, hij perkt een klein stukje van de vijandige oneindigheid in tot woning, tot een veilig nest voor zijn angst. Hij zoekt zekerheid tegenover het gevaar van vijanden en demonen. Deze eerste primitieve stad is gebouwd uit onzekerheid, tegenover de verschrikking ;  van mensen en machten en dood. Vroeger heeft deze geen vrees gekend, want liefde drijft alle vrees uit, maar na de zondeval de val uit het Woord, kwam de vrees, de onzekerheid en haastig verschanst hij zich nu hij Gods hand niet meer om de zijne geklemd voelt, nu hij een bewoner   van de wereld buiten Gods tuin werd. Hij werpt een barricade op tegen alles wat hem bang en klein maken kan, hij graaft zich in en kruipt achter zijn pallisade weg met zijn hand tegen zijn hart. Dat was de vrucht van de zonde. Wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen. Hij had wel het teken van God op zijn voorhoofd en iedereen die dat teken van Gods vinger zag, wist dat God achter hem stond met Zijn vreselijke wrekende macht, maar het is hem niet genoeg, hij bouwt een omwalling, een muur van aarde en zoekt een eigengemaakte schuilplaats. Angstig zocht deze mens uit de kijkgaten van zijn vesting  de horizon of, naar mogelijk onheil. Zover was de mens gevallen, deze voortdurend omkijkende vluchteling, dit was dan geworden uit het vredige, gelukkige kind van God.  Kain nam een vrouw (ja er leefde al mensen buiten de hof van Eden) en stichtte een stad .

Stelt u zich daar maar niet te veel van voor, deze primitieve mens met zijn onrustig geweten, bouwt uit materialen waarover hij kan beschikken een eenvoudige omwalling om zijn leger. En deze bouwer, Kain, gaf deze stad een naam. En, tekenend, gaf hij het de naam van zijn zoon, de naam dus van zijn vlees, de naam van zich zelf. Hij blijft ronddraaien. om deze spil, zijn eigen hart vindt geen uitweg. De stad van zijn vrees gaf hij de naam van zijn vlees, Henoch. Zoals Henoch, de vriend van God, de zevende van Adam was en geleidelijk de natuur van zijn "vader" verloor en de natuur van de God ging aannemen, steeds minder Henoch en steeds meer God werd, zo werd de eerste Henoch de naam gever van de stad van Kaïn en bleef -deze stad in de lijn van Adam voort gaan. Alleen degene die in Christus is, verliest de natuur van Adam en ontvangt de natuur van Christus. Die niet in Christus is, behoudt de natuur van Adam en zal met Adam vergaan.

De Heer wil niet dat wij Babylon voor Jeruzalem zullen aanzien. Hij wil ook niet dat wij de eerste Henoch voor de tweede aanzien. Hij wil niet dat de ommuring van de kerk wordt aangezien voor de gemeente die wandelt in de vrijheid met God. Ik weet wel dat er in de kerk zijn die tot de gemeente van Jezus Christus behoren, maar de Heer wil deze gemeente uit alle ommuringen bevrijden en dit zal de laatste gemeente zijn die Jezus zal tegemoet gaan in de lucht. Er gaan slechts verlostte zondaars Jezus tegemoet in de lucht, alleen gewassenen in het dierbaar Bloed van het Lam. Alleen zij zullen de laatste bazuin horen, de anderen verlaten, de naamgenoten, de familiegenoten in een punt des tijds en Jezus  tegemoet gaan op de wolken, want over hen spreekt de bijbel.

De Geest maakt vrij. Vrij is heel wat anders dan wetteloosheid, vrijheid is het werk van de Geest van God. Het wandelen als Henoch, is wandelen in de vrijheid, achter de Heer aan, Hij het Hoofd, wij het lichaam, Hij de Herder, wij Zijn schapen, Hij de Bruidegom, wij de Bruid. Naarmate de eindtijd vordert, naar die mate leert de gemeente wandelen met God, zal zij geloofsdaden doen en profeterende Gemeente zijn, gelijkvormig worden naar het beeld van de Zoon.

Wandelt u met de Heer?

Karel Hoekendijk
Het boek van Henoch kunt u hier online lezen en downloaden


De Oogst is de eindtijd der Wereld

Door middel van verschillende gelijkenissen maakte de Heer aan Zijn discipelen allerlei dingen bekend over het Koninkrijk der hemelen. In Matth. 13:24 - 43 lezen wij o.a. de gelijkenis van het onkruid onder de tarwe. Het was de Zoon des mensen die het goede zaad zaaide in de akker de wereld. De kinderen van het Koninkrijk der Hemelen zijn het goede zaad, maar de satan zaait onkruid, de kinderen van den boze, midden tussen het koren. De gehele oogst, zowel het goede als het  kwade zaad moet tesamen  opgroeien tot de dag des oogstes. Bij de wederkomst van Jezus zal het oogsttijd zijn, zowel voor het koren van de Heer als van het onkruid van de boze. Als de Heer des oogstes zal komen, bij de voleinding der wereld, zal het goede zaad openbaar worden als het Koninkrijk Gods, maar de kinderen van de boze, het onkruid, zal in de vurige oven worden geworpen.
Zolang de oogst nog met rijp is, is het goede koren en het onkruid niet altijd duidelijk te onderscheiden. Er  is een soort onkruid dat gevaarlijk veel op het goede koren lijkt. Zo zijn er ook duivelse leringen die gevaarlijk veel op de waarheid van Gods Woord lijken. Pas op, de duivel is listig, graag doet hij zich voor als een engel des lichts. De antichrist zal zich voordoen alsof hij de Christus is. Pas bij de voleinding der eeuwen zal alles duidelijk openbaar worden. Wij behoeven niet bevreesd te zijn, de Heilige Geest zal ons alles duidelijk maken. De Heer zal ons bewaren voor al de listen van de boze. Zowel de verborgen werking van het rijk van satan als het verborgen Koninkrijk Gods moet eerst tot volle wasdom komen en dan zal de voleinding daar zijn.

De late regen

Wij leven nu in de tijd, dat door de late regen de oogst tot rijpheid wordt gebracht. "Hebt dus geduld, broeders, tot de komst des Heren! Zie, de landman wacht op de kostelijke vrucht des lands en heeft geduld, totdat de vroege en late regen er op gevallen is. Oefent ook gij geduld, sterkt uw harten, want de komst des Heren is nabij!" (Jac. 5:7,8).
Met grote vreugde mogen wij bemerken hoe de Heer des oogstes de late regen in stromen doet vallen. Het is een hernieuwde uitstorting van de Heilige Geest, die overal nieuw leven wekt. Prijs de Heer! Er zijn mensen die hun hart sluiten voor de werkingen van Gods Geest. Zij zeggen: Het is maar een voorbijgaande opwekking, daar blijft toch niets van over. Maar, vrienden, wat wij thans beleven is niet een voorbijgaande opwekking, maar de late regen die de gehele oogst rijp maakt voor de wederkomst des Heren. In onze tijd doopt God met Zijn Geest als nooit tevoren. Het is ook niet plaatselijk, maar over de gehele wereld is er een wonderbare werking van de Heilige Geest.  Het Koninkrijk Gods breidt Zich uit over de ganse aarde. Overal worden de krachten der toekomende eeuw openbaar, wonderen en tekenen, bevrijding van duivelse machten, zielen  worden gered, dode christenen worden weer levend. God heeft gezegd: "En het zal zijn in de laatste dagen, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees ...... wonderen en tekenen...... voordat de grote en doorluchtige dag des Heren komt" (Hand. 2:17-20).

De Antichrist
Ook het zaad dat de boze in het verborgen gezaaid heeft, zal in onze dagen tot volle wasdom komen en tenslotte openbaar worden in het rijk van de antichrist. God heeft een vastgestelde tijd toegemeten aan de antichrist op aarde. Het is maar de korte tijd van drie en een half jaar vóór de wederkomst van Jezus Christus. Op acht verschillende plaatsen wordt in de Bijbel deze tijd van drie en een half jaar genoemd. Het wordt op verschillende wijze uitgedrukt, zodat wij vooral goed zullen weten dat God werkelijk drie en een half jaar bedoelt;
Tweemaal is er sprake van: een tijd, tijden en een halve tijd (Dan. 7:25); Openb. 12:14).
Eenmaal spreekt Gods Woord over een halve (jaar)week (week is zevental) (Dan. 9:27b).
Het aantal morgen- en avondoffers dat voor de antichrist in de tempel geofferd zal worden is 2300, dit is dus 1150 dagen, 3 jaar en 55 dagen.
De gruwel der verwoesting zal er 1290 dagen zijn (Dan. 12:11).
Tweemaal wordt de tijd van 42 maanden genoemd (Openb. 11:2; Openb. 13:5).
En tweemaal zegt God dat het een bestemde, vastgestelde tijd is (Dan. 11:27b; 2 Thess. 2:6).

De voorbereiding
In het verborgen wordt het antichristelijke rijk voorbereid, om op die bepaalde tijd openbaar te worden. "De verborgenheid der wetteloosheid is reeds  in werking" (2 Thess. 2:7 Staten Vert.). Hij, de mens der wetteloosheid, de zoon des verderfs, wordt weerhouden totdat hij zich zal openbaren op de voor hem bestemde tijd (2  Thess. 2:6), dat is de korte tijd van drie en een half jaar, vóór de komst van Jezus Christus. Velen menen dat de Heer eerst zal komen om Zijn gemeente van de aarde weg te nemen, maar in Gods Woord  lezen wij het anders.

"Maar wij verzoeken u, broeders met betrekking tot de komst van onze Here Jezus Christus en onze vereniging met Hem, dat gij niet spoedig uw bezinning verliest of in onrust verkeert! hetzij door een geestesuiting, hetzij door een prediking ... ... , alsof de dag des Heren reeds aanbrak. Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs, de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in den tempel Gods zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is" (2 Thess .. 2:14).

Eerst zal dus de antichrist komen en daarnà de wederkomst van Jezus Christus en onze vereniging met Hem.

De geest der dwaling
Wij zien de geest van de antichrist duidelijk werken in sommige grote politieke figuren van onze tijd. Hij streeft naar een wereldrijk, de gehele wereld zal hem onderdanig zijn en hem aanbidden als een god, uitgezonderd de gelovigen. Stellig zal de persoon, die straks als de antichrist zal heersen, nu al ergens leven, maar nog is het verborgen. Op zijn bestemde tijd zal hij openbaar worden en de gehele wereld zal zeggen: "Wie is aan het beest (de antichrist) gelijk? en: Wie kan er oorlog tegen voeren?" (Openb. 13:4b). Zij zullen de duivel, die hem zijn macht geeft, aanbidden (Openb. 13:4). "Dan zal de wetteloze zich openbaren, hem zal de Here Jezus doden door de adem zijns monds en machteloos maken door Zijn verschijning als Hij komt" (2 Thess. 2:8). Als Jezus komt zal het de grote oordeelsdag zijn, de dag des Heren", de "jongste dag". De mensen die Jezus niet als hun Heiland hebben aangenomen, zullen trachten zich te verbergen in de holen en spelonken. Zij zullen tot de bergen roepen: "Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Hem, die gezeten is op de troon, en voor de toorn van het Lam; want de grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan bestaan?" (Openb. 6:16,17). Zijn toorn is niet gericht tegen een wereld in onwetendheid, maar tegen een wereld vol ongehoorzaamheid en ongerechtigheid of wetteloosheid.


De laatste kans
God geeft eerst de wereld nog een kans om zich te bekeren, doordat het Evangelie met kracht wordt verkondigd aan alle volken. Die tijd is thans. De Heilige Geest werkt op een wijze als nooit te voren. De wereld krijgt haar laatste kans. Allen die het evangelie der waarheid niet aannemen en door de doop ingaan in de ark des behouds (I Petr. 3:20,21), zullen komen onder de leugen macht van de antichrist en vallen onder het oordeel Gods. "Daarentegen is diens komst (van de antichrist) naar de werking des satans met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen, en met allerlei verlokkende ongerechtigheid, voor hen, dIe verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden. En daarom zendt God hun een dwaling, die bewerkt, dat zij de leugen geloven, opdat allen worden geoordeeld, die de waarheid met geloofd hebben, doch een welgevallen hebben gehad in de ongerechtigheid" (2  Thess. 2:9-12).

De kinderen van God, de uitverkorenen, wier namen geschreven zijn in het boek des levens, zijn de enigen die de antichrist niet zullen aanbidden en vereren. "Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zodat zij, WARE HET MOGELIJK, ook de uitverkorenen zouden verleiden" (Matth. 24: 25). "Ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen worden ingekort" (vers 22). "Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden" (vers 13b). "En allen, die op de aarde waren, zullen het beest aanbidden, ieder, wiens naam niet geschreven is in het boek des levens van het Lam. Hier blijkt de volharding en het geloof der heiligen" (Openb. 13: 8-10).

Het is gevaarlijk in de eindtijd te leven zonder vervuld te zijn met de Heilige Geest en toegerust met de gaven des Geestes. Wie zal staande kunnen blijven zonder de kracht van Boven, als de satan zal proberen met  bedriegelijke leringen en grote wonderen de gehele wereld en ook de kinderen Gods, te verleiden? Ik hoorde van iemand die geregeld de gelovigen van de toenmalige ijzeren gordijn bezoekt, het is de toen bekende evangelist Anne van der Bijl, men heeft hem horen zeggen dat de enigste mensen die niet vatbaar zijn voor hersenspoeling de kinderen Gods zijn, die vervuld zijn met de Heilige Geest. “Waakt dan want gij weet niet, op welke dag uw Here Komt” (Matt. 24:42).

Zorg dat u in de ark bent!
Evenals Noach en de zijnen in de ark werden beschermd tegen het vreselijke oordeel van de watervloed, zo zal de Heer Zijn kinderen beschermen voor de komende oordelen.
Het is echter wel nodig dat wij de Heer in alles gehoorzamen. "Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden" (Marc 16:16). Let wel, eerst geloven en dan dopen! In de dagen van Johannes de doper waren er farizeërs die meenden dat zij de komende toorn konden ontgaan, door zich te laten dopen zonder dat zij zich bekeerden en het evangelie geloofden, want zij meenden het verbondsvolk te zijn van Abraham, zij waren dus geen heidenen en dus hoefde zij zich niet te bekeren.  Zij meenden dat het voldoende was dat zij konden zeggen: "Wij zijn Abraham's zaad." Johannes de doper zegt deze mensen door de Heilige Geest het oordeel aan (Matth. 3:7-12). Is dit vandaag ook niet zo, dat vele de volwassen doop van onderdompeling verwerpen en zeggen dat ze al als baby gedoopt zijn...en zeggen dan dat ze dan niet gedoopt hoeven te worden, terwijl je als kind niet kan geloven. Lees hier meer over

Door ons te laten dopen belijden wij dat  wij als zondige mensen de toorn Gods verdiend hebben, maar dat het oude leven met Christus is gestorven en begraven. Dat wij tot een nieuw leven uit het graf zijn opgestaan. Geen kinderen van Adam meer, kinderen des toorns, maar uit God geboren kinderen van het Koninkrijk Gods. Prijs de Heer! Gered door geloof in Jezus en gedoopt in Zijn dood. "Toen de lankmoedigheid Gods bleef afwachten, in de dagen van Noach, terwijl de ark in gereedheid werd gebracht, waarin weinigen, dat is acht zielen, door het water heen gered werden. Als tegenbeeld daarvan redt u thans de doop, die niet is een afleggen van lichamelijke onreinheid, maar een bede van goed geweten tot God, door de opstanding van Jezus Christus" (1 Petr. 3:20,21).

De dag des Heren
Op de laatste dag, de "jongste dag", de kinderen Gods, te verleiden? In  de "dag des Heren", zullen alle gelovigen de Heer tegemoet gaan in de gelovigen lucht, tesamen met allen die in Christus ontslapen zijn. Dit is de dag dat de oogst der aarde rijp is geworden. Dan zal de Heer des oogstes komen en Zijn maaiers uitzenden. Het onkruid zal vernietigd worden maar het  koren gaat naar de hemels  schuur. "En ik zag en zie een witte wolk, en op de wolk iemand gezeten als eens mensen zoon met een gouden kroon op zijn hoofd en een scherpe sikkel in zijn hand. En een andere engel kwam uit de tempel en riep met luider stem tot Hem, die op de wolk gezeten was: Zend uw sikkel uit en maai, want de ure om te maaien is gekomen, want de oogst der aarde is geheel rijp geworden. En Hij, die op de wolk gezeten was, zond Zijn sikkel uit op de aarde, en de aarde werd gemaaid" (Openb. 14:14-16).

Hier zien wij de Zoon des mensen die Zijn oogst binnenhaalt, de gelovigen, die de Heer tegemoet gaan in de lucht, bij de laatste bazuin. "En een andere engel kwam uit de tempel, die in den hemel is, ook hij met een scherpe sikkel. En een andere engel kwam uit het altaar; deze had macht over het vuur en hij riep met luider stem tot hem, die de scherpe sikkel had, zeggende: Zend uw scherpe sikkel uit en oogst de trossen van de wijngaard der aarde, want zijn druiven zijn rijp. En de engel Wierp Zijn sikkel op de aarde en oogstte van de wijngaard der aarde en Wierp het in de grote persbak van de gramschap Gods" (Openb. 14:17-19). Hierna wordt beschreven de zeven laatste plagen van de jongste dag  van de toorn Gods wordt voleindigd (Openb. 15:1). De gelovigen die volhard hebben tot het einde, worden nu openbaar in de hemel als overwmnaars van het beest.

De overwinnaars van het beest
"En ik zag iets als een zee van glas met vuur vermengd, en de overwinnaars van het beest en van zijn beeld en van het getal van zijn naam staande aan de glazen zee, met de citers Gods. En ZIJ zingen het lied van Mozes, den knecht Gods, en het lied van het Lam, zeggende: Groot en wonderbaar zijn uw werken, Here God, Almachtig; rechtvaardig en Waarachtig Zijn uw wegen. Gij Koning der volkeren! Wie zou niet vrezen, Here, en uw naam niet verheerlijken? Immers, Gij alleen zijt heilig Want alle volken zullen komen en  zullen Voor U nedervallen in aanbidding, omdat uw gezichten openbaar zijt geworden" (Openb. 15 :2-4).

Vrienden, de tijd is nabij! Gods Woord en Geest  roepen ons op tot waakzaamheid. "Indien gij dan niet wakker wordt, zal Ik komen als een dief, en gij zult niet weten, op welk uur Ik u zal overvallen" (Openb 3: 3). De wereld zal menen dat er een tijd van vrede is aangebroken, maar h dan komt als een plotseling verderf en oordeel   Gods (1 Thess. 5 :2, 3). ,,Maar gij, broeders, zijt niet in de duisternis, zodat die dag u als een dief overvallen zou: want gij zijt allen kinderen des lichts en kinderen des dags" (1 Thess. 5 :4,5). Wanneer wij  wandelen als kinderen des lichts zullen wij de tekenen der tijden onderkennen. Wij zullen waakzaam zijn, de Bruidegom verwachten met brandende lampen, gevuld met de olie des Geestes "Gij verstaat immers de tijd wel dat het thans Voor u de ure is om uit de slaap te ontwaken. Want het heil is ons nu meer nabij, dan toen wij tot het geloof kwamen. De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten WIJ dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen des lichts!" (Rom. 13:11,12). "Wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiIer ; wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd" (Openb. 22:11).

E. Hoekendijk -La Rivière




Getuigen met bewijs

"En dit evanglie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn". (Matth. 24 : 14).

Deze woorden. werden gesproken door Jezus Christus tot Zijn discipelen, op hun vraag. "Zeg ons, wanneer zal dat geschieden en wat is het teken van uw komst en van de voleinding der wereld?" (ver 3) . Hij waarschuwde hen voor de verleiders; voor hen die voorgeven de Christus te zijn' .. zouden horen van oorlogen, aardbevingen en hongersnoden, zij zouden gehaat worden en sommigen van hen gedood, terwille van Zijn Naam; er zouden valse profeten komen; de liefde van velen zou verkillen ten gevolge van de toenemende wetsverachting, en dan, na al deze tekenen, gaf Hij hen het belangrijkste teken van Zijn komst: "En dit evangelie van het Koninkrijk zal gepredikt worden in de gehele wereld tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn".

Als meer dan de helft van alle bewoners van deze aarde nog nimmer van de Naam van Jezus heeft gehoord, nog minder "dit evangelie van het Koninkrijk , kunnen wij niet zeggen dat dit teken reeds vervuld is geworden. In Marcus 13 : 10, zei Jezus : "En aan alle volken moet eerst het evangelie gepredikt. worden". Als meer dan de helft van de rassen der wereld nog geen klein deel van de bijbel vertaald heeft in hun eigen taal, kunnen wij niet zeggen dat dit teken vervuld is.


Dit evangelie van het Koninkrijk
Wat is "dit evangelie van het Koninkrijk"? Het is hetzelfde evangelie dat Jezus Christus predikte. Het is hetzelfde als wat zijn discipelelen predikten. Toen Jezus Zijn discipelen uitzond, zei Hij: "Gaat en predikt en zegt: Het Koninkrijk der Hemelen is nabij gekomen. Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit (Matth. 10 : 7, 8). Deze tekenen geven blijk van dit evangelie van het Koninkrijk. "En Jezus ging alle steden en dorpen langs en leerde in hun synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaal: (Matth. 9 : 35). Als Jezus rondging langs de steden, terwijl hij leerde in hun synagogen, genas Hij altijd de zieken. "En Hij was bezig een bozen geest uit te drijven.... En het geschiedde, toen de geest uitgevaren was,.... En de scharen verwonderden zich". Jezus zei: "Indien Ik door de vinger Gods de boze geesten uitdrijf dan is het Koninkrijk Gods over u gekomen" (Lucas 11 : 14, 20; Matth. 12 : 28).
Jezus bewees, dat ,als het evangelie van het Koninkrijk gepredikt wordt duivelen uitgeworpen zullen worden en zieken genezen. Het is "dit evangelie van het Koninkrijk", dat gepredikt wordt in de kracht van de Geest van God, bevestigd door tekenen en wonderen, dat de grootste wereldwijde opwekking geeft in de geschiedenis. Er zijn verscheidene landen geweest in het verleden, die met geweldige opwekkingen geschud werden. Hier en daar is een machtige knecht van God opgestaan. Maar in deze laatste dagen, zullen land na land overstroomd worden door vloeden van opwekkingen. Niet alleen één knecht van God wordt gebruikt, maar zeer vele mannen en vrouwen prediken thans voor menigten van 5.000 tot 100.000 mensen, niet alleen in een bepaald, veraf gelegen land, maar in bijna ieder land onder de zon, dat godsdienstvrijheid heeft. God is op een wonderbare wijze het gepredikte woord aan het bevestigen met tekenen en wonderen, een opwekking is het gevolg.

Alle handen worden uitgestoken
Bedenk: de Bruidegom komt! En meer dan de helft van deze generatie heeft nog nimmer de Naam van Jezus gehoord. Er is werk te doen dat snel gedaan moet worden. De stormwolken van de avond pakken zich snel samen en het rijpe graan van miljoenen zielen zal in de duisternis worden geworpen, tenzij wij snel te werk gaan. Wij moeten hen de boodschap brengen. Wij moeten de gelegenheid aangrijpen. Het evangelie moet gepredikt worden aan alle naties, zegt Jezus "Waarom zal iemand het evangelie tweemaal horen, zolang in de wereld niet iedereen het éénmaal heeft gehoord?". De belangrijkste taak van de kerk is de evangelisatie van de wereld. Dat waren de laatste orders van Christus. Dat was Christus grote plan met het heenzenden van Zijn discipelen, de wereld in.

Tot een getuigenis

Jezus zei: "En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredlkt worden tot een getuigenis voor alle volken in de gehele wereld en dan zal het einde gekomen zijn".
Dit woord: "getuigenis", in de grondtekst betekent "Iets zlchtbaars", "met bewijs", "met blijk"! Dit evangelie van het Koninkrijk, zal verkondigd worden aan de gehele wereld, met zichtbaar bewijs.

Prediken met zichtbaar bewijs
Toen de discipelen van Johannes informeerden of Jezus de Christus was of niet, werd hen gezegd : "Gaat heen en boodschapt Johannes wat gij hoort en ziet: blinden worden ziende en lammen wandelen melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden worden opgewekt en armen ontvangen het evangelie" (Matth. 11 : 4, 5). Hebt u er op gelet? "Gaat heen en boodschapt Johannes wat gij hoort en ziet". Zij hoorden het evangelie verkondigen en zij zagen de blinden het gezicht ontvangen, de lammen wandelen, enz. Zijn boodschap was met bewijs, Zijn evangelie was met blijk. Zijn prediking was met demonstratie. Er was geen twijfel mogelijk dat Hij de Christus was. Over de gehele wereld zijn zendelingen gegaan, maar weinigen van hen hebben gepredikt met de tekenen die er op volgen, volgen moeten. Zij hebben jaar na jaar gepredikt, terwijl weinigen bekeerd werden. Zij toonden de levende Christus niet, Die Dezelfde is, gisteren, heden en tot in eeuwigheid. Aan de andere kant, waar mannen moedig Christus verkondigen in de volle kracht van de Heilige Geest, werden heidenen bekeerd bij duizenden. Het evangelie van het Koninkrijk moet gebracht worden met bewijs, het moet gebracht worden tot een getuigenis. Dit is het getuigenis dat overtuigt.

Toen Phillipus naar de slechte en heidense stad Samaria ging, predikte hij Christus aan hen. "En toen de scharen Phillipus hoorden en de tekenen zagen, die hij deed, hielden zij zich eenparig aan hetgeen door hem gezegd werd. Want van velen, die onreine geesten hadden, gingen deze onder luid geroep uit en vele verlamden en kreupelen werden genezen; en er kwam grote blijdschap in die stad" (Hand. 8: 6-8). Hebt u er goed op gelet hoe het er staat? hij predikte Christus met bewijs. ' Zijn boodschap was een getuigenis. Wonderen getuigden van zijn prediking. Dit getuigenis overtuigde die stad. Zij hielden zich eenparig aan hetgeen door hem gezegd werd en zij geloofden door de wonderen die zij zagen met eigen ogen. Een gehele stad werd er door aangeraakt. Het was niet genoeg de boodschap te horen en dat geldt evenzo ook voor vandaag, ze moesten zien, de wonderen die blijk gaven dat hij de waarheid predikte. Het is precies zo vandaag, het zijn de wonderen die getuigenis geven aan het evangelie.

Het bewijs is essentieel
Werkers, bedenk dat het bewijs essentieel is. Meer kan gedaan worden in één jaar evangelie-prediking met bewijs, dan 100 jaar zonder bewijs. Paulus getuigde: "Want ik zal niet wagen van iets anders te spreken dan van hetgeen Christus door mij bewerkt heeft om heidenen tot gehoorzaamheid te brengen door woord en daad, door kracht van tekenen en wonderen, door de kracht des Geestes" (Rom. 15 : 18, 19) En in Hebr. 2 : 3, 4 zegt hij: "Hoe zullen wij dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zulk een heil, dat allereerst verkondigd is door den Here, en door hen, die het gehoord hebben, op betrouwbare wijze ons is overgeleverd, terwijl ook God getuigenis daaraan geeft door tekenen en wonderen en velerlei krachten en door de Heilige Geest toe te delen naar Zijn wil". Het was weer het evangelie met bewijs.

De nood van de wereld
Wat de wereld nodig heeft is de wijze van prediking zoals Paulus deze beschrijft in 1 Cor. 2 : 2-5: "Want ik had niet besloten iets te weten onder u, dan Jezus Christus en dien gekruisigd. Ook kwam ik in zwakheid met veel vrezen en beven tot u; mijn spreken en mijn prediking kwam ook niet met meeSlepende woorden van Wijsheid, maar met betoon van geest en kracht, opdat uw geloof niet zou rusten op wijsheid van mensen, maar op kracht van God" De wereld moet horen naar dit evangelie, dat een getuigenis van de opgestane Jezus is. Het goede nieuws moet verkondigd worden, met bewijs, met blijk. Gefantaseerde preken, doorvorste redeneringen hebben geen plaats meer in het hart van de massa, ze trekken in dagen van opwekking geen mensen meer.
Er is slechts plaats voor mensen in de volle bediening van de Heilige Geest.


ZET UW GELOOF OM IN DAAD

Door T.L. Osborn

Als u er van overtuigd bent dat Ged uw gebed verhoord en u de genezing ontvangen heeft waarom u bad, dan zult u onwillekeurig het verlangen hebben, God daarvoor te danken. U zult ook de wens hebben om uw gezondheid te benutten om iets voor de eer van de Heer te doen. Abraham "gaf God de eer" (Rom. 4: 21), voor de vervulling van de goddelijke belofte, "dat hij een vader van vele volken zou worden" (Rom. 4 : 18). Reeds gedurende de tijd toen deze vervulling nog niet zichtbaar was, dankte hij God, "aan de belofte Gods heeft hij niet getwijfeld door ongeloof (Rom. 4 .20). HIJ geloofde, "In de volle zekerheid dat God bij machte was hetgeen Hij beloofd had ook te volbrengen" (Rom. 4: 21) Daarom kon hij God prijzen en Hem danken in een tijd waarin van een verwerkelijking nog mets te zien was.

Ondanks dat, geloofde hij God. Hij hield Hem aan Zijn Woord. Als u de Heer voor uw genezing die Hij u beloofd heeft en waarom u Hem gebeden hebt, niet dankt, dan IS dat een bewijs dat u toch niet gelooft de genezing te hebben ontvangen. Echt geloof dankt niet voor de verhoring, met woorden, maar wordt ook van daden vergezeld. Jacobus zegt: door mijn daden wil ik u tonen wat geloof is. Echt levend geloof bewijst daarom zijn dankbaarheid reeds eer de verhoring zichtbaar werd. Een vrouw in New York, die zwaar aan tuberculose leed werd in het ziekenhuis gebracht. Daar zij een goede christen was, las ze op een middag in het Nieuwe testamet van goddelijke genezing had zij nog nooit gehoord. Zij las In de Petrus-brief en kwam aan de plaats in het tweede hoofdstuk waar staat: "Hij heeft onze zonden in Zijn lichaam op het hout gebracht'; (I Petr. 2: 24). Daar kwamen de tranen van vreugde in de ogen, omdat Christus ook haar persoonlijke zonden verzoend had. Zij wist zich bereid voor het stervensuur en veesde de dood niet, omdat Gods Woord haar klaar en duidelijk getoond had, dat Christus ook haar zonden op Zich genomen had. En zij las verder, het tweede deel van vers 24: "en door Zijn striemen zijt gij genezen".

Meerdere malen herlas zij het gehele vers. Er was niet de minste twijfel, dat haar schuld niet vergeven was. Als dit waar was, moest ook het andere deel van dit vers waar zijn, namelijk dit, dat zij door Christus wonden genezen was geworden. Ja, dat moest waar zijn, het was toch Gods Woord. Daarna had zij een gesprek met haar moeder. Deze poogde haar dochter van deze gedachten af te brengen, maar zonder gevolg. De dochter stond op? kleedde zich aan en begon de Heer voor haar genezing te loven en te prijzen. En inderdaad zij was volkomen genezen. In drie weken had zij haar normale gewicht teruggekregen. Een röntgenfoto bevestigde haar volkomen genezing. Wat is er eigenlijk gebeurd? Slechts dit: zij had heel eenvoudig en kinderlijk Gods Woord geloofd. Zonder twijfel was zij gestorven wanneer zij niet naar de Schrift gehandeld had. Nu echter was zij in geloof opgestaan en maakte aanspraak op datgene wat God in Zijn Woord voor haar in uitzicht had gesteld.

Vele kinderen Gods sterven te vroeg aan hun ziekten. Zij hebben geen aanspraak doen gelden op Gods beloften. Of hun geloof werd niet omgezet in handelen. Jacobus zei: "het geloof: indien het niet met werken gepaard gaat, is het, op zichzelf genomen, dood" (Jac. 2: 17). Wel zijn deze lieve broeders en zusters overtuigd van het feit dat Gods Woord waar is. Tegelijkertijd echter handelen zij in tegenstelling tot dit Woord. Zij liggen in bed en praten over hun groot geloof, maar hebben niet de moed om in de kracht van dat geloof op te staan, naar Gods Woord te handelen en hun genezing te verwachten. Het mag zijn dat er geloof is, maar het is dood geloof. Jacobus zegt: "Toon mij dan uw geloof zonder de werken, en ik zal u mijn geloof tonen uit mijn werken" (Jac. 2 : 18).

De prediker Byrum berichtte het volgende voorval uit zijn leven: spoedig nadat de Heer mij in Zijn dienst geroepen had, leerde ik een waardevolle les. In mijn familie waren vele ziekten. Drie leden van onze familie lagen met koorts in bed. Toen werd ook ik door deze ziekte overweldigd. Ik sprak daarover ernstig met de Heer in mijn gebed. Ik zei Hem, dat Hij mij in Zijn dienst geroepen had en dat ik echter onder deze omstandigheden onbekwaam was, iets te bereiken. Daar ik geen oudsten kon laten komen die aan genezing geloofden, begon ik mij op God zelf te beroepen en voor ons allen op Zijn wonderbare beloften beslag te leggen, zoals bijv: "Indien gij in Mij blijft en Mijn woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden" (Joh. 15: 7). Nu overdacht ik mijn verleden. Ik was bereid alles voor God te doen en zei daarom: "Heer, ik geloof en verlaat mij op U! Daarom behoort mij ook uw belofte! Ik leg mijn ziekte volkomen nu af in Uw handen en bid U: genees mij!" Dan wachtte ik op datgene wat gebeuren zou. Maar niets veranderde. Terstond vroeg ik: "Heer, waarom ben ik niet genezen?" Het antwoord kreeg ik innerlijk onmiddellijk: "Neem Mij bij Mijn Woord en sta op!" Ik was bereid. "Ja, Heer! Ik wil!" zei ik en zonder aarzelen stond ik op van mijn bed. Mijn hoofd scheen van pijn te barsten, maar ondanks alle zwakheid begon ik mij aan te kleden. Plotseling trad er een lichte verbetering in. Ik ging op mijn knieën en dankte. Ik ging de huiskamer binnen en verklaarde aan mijn huisgenoten dat de Heer mij genezen had. Na 20 minuten had de koorts mij volledig verlaten. Tegelijk ging ik aan de arbeid en was van dat ogenblik af gezond. Was ik blijven liggen en had ik geweigerd mijn geloof op het Woord Gods in daad om te zetten, dan was ik zeker een lang ziekbed beschoren geweest.

De Heer zij alle dank en eer. Hij leerde mij de waardevolle les, gans op Hem en Zijn Woord te vertrouwen. Ja, God bevestigt Zijn Woord, wanneer men het geloof ondanks alle symptomen, in daad omzet. In de Schrift staat: "Want gelijk het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder werken dood" (Jac. 2: 26). Alle in de bijbel genoemde geloofshelden waren mannen van de daad, mensen die het Woord Gods geloofden en vasthielden en daarnaar handelden. Jezus sprak tot de verlamde: "Sta op, neem uw matras op en wandel" (Joh. 5 : 8J. De zieke begon niet te debatteren: "Maar ik ben toch verlamd, hoe kan ik dan heengaan?" Neen, hem was Jezus' Woord genoeg. Zijn handelen bewees zijn geloof. Hij was gezond en kon gaan. Het gelijke vinden wij in Mark. 3: 5, waar de verlamde op het Woord van Jezus zijn hand uitstrekte en gezond werd. Evenzo was het bij de schoonmoeder van Petrus, die met koorts te bed lag. Ook zij stond in geloof op en de koorts verliet haar (Mark. 1: 30). Dat zijn voorbeelden voor handelend geloof.

Wij verlaten ons op het woord van de postbode die meedeelt dat er op het postkantoor een pakket van waarde voor ons ligt. Wij geloven hem, gaan naar het postkantoor, ofschoon wij het nog helemaal niet gezien hebben. Wij handelen naar het woord van onze dokter. Hij beveelt dagelijks 3 pillen in te nemen. Wij geloven hem en nemen dat in, zonder eerder hun werking gevoeld te hebben, wij kennen de stof niet die wij innemen, maar wij doen dit op gezag van zijn woord. Wij handelen naar het woord van onze hemelsen Vader. HIJ zegt ons: Ik ben de Heer uw Heelmeester" (Ex. 15: 26) en "Door Zijn striemen is ons genezing geworden" (Jes. 53: 5) . Wij geloven Hem en maken in gelovig gebed aanspraak op Zijn beloofde genezing. Wij geloven, dat HIJ onze gebeden hoort. Wij handelen op grond van Zijn Woord. HIJ zegt: "Want Ik waak over Mijn Woord om dat te doen" (Jer. 1: 12)

"Volgens alles wat Hij gesproken heeft; er is niet een woord onvermeld gebleven van al Zijn goede woorden" (I Kon. 8: 56).
"Want hoevele beloften Gods er ook zijn, in Hem is het: Ja en Amen" (2 Kor. 1 : 20).
"De hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woordenzullen geenszins voorbij gaan" (Matth. 24: 351.
"Ik, de Here, zal het woord spreken, dat Ik spreken zal en het zal in vervulling gaan" (Ez. 12 : 25).
"En Hij heeft de woorden bevestigd, die Hij gesproken had" (Dan. 9: 12) .
"Maar het woord des Heren blijft in eemvigheid" (l Petr. 1: 25).
"Hij is bij machte hetgeen Hij beloofd had ook te volbrengen" (Rom. 4 : 21).
"Want geen woord, dat van God komt, zal krachteloos wezen (Luc. 1 : 37).

T. L. Osborn.



© Stromen van kracht 2012.