duif

Indopen en          Aanstrijken

"Daarna zult gij een bundel hysop nemen en het bloed in een schaal dopen, en van het bloed in die schaal "strijken aan de bovendorpel en aan de beide deurposten." (Exodus 12:22.)


Geschreven door Karel Hoekendijk

home

aanstrijken
Ieder Christen moet weten hoe hij zijn geestelijke wapens tegen de vijand moet gebruiken. Satan is een ervaren en listige strijder. Zijn vorsten en machten zijn goed getraind in de oorlogvoering tegen de heiligen. Hij rekent ze als schapen voor de slachter. Maar Paulus zegt: "Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem die ons heeft liefgehad." (Romeinen 8:37) Nochtans, hoe weinig Christenen kunnen eerlijk zeggen, dat ze meer dan overwinnaars zijn!



Jezus is Gods Paaslam


Ieder moet een lam nemen.......een lam per gezin.....en het slachten, een bundel hysop in het bloed dopen, het strijken aan de beide deurposten en de bovendorpel......" en het bloed zal u dienen als een teken aan de huizen waar gij zijt, en wanneer Ik het bloed zie, dan ga Ik u voorbij"....en de plaag zal u niet vernietingen. (Exodus 12:13).

De staf van Mozes bezat kracht. Maar hij verrichtte niets, tatdat Mozes de staf opnam en deze gebruikte. Het bloed van het geslachte paaslam redde de kinderen van Israël, alleen als zij het bloed aan het de deurposten van hun woningen streken.

Geloof moet gekoppeld worden met aktie om resultaten te verkrijgen. Maar tenzij wij weten hoe te handelen en hoe de wapens te gebruiken, die God ons verschaft in de hedendaagse geestelijke strijd, zijn wij hulpeloos. God zei tot Mozes: "Waarom roept gij zo luid tot Mij? Zeg tot de Israelieten, dat zij opbreken. En gij, hef uw staf op en strek uw hand uit over de zee en splijt haar." (Exodus 14:15 en 16)

Evenals de meesten van ons heden ten dage nog gewoon zijn te doen, riepen zij tot de Heer om hulp en bevrijding, terwijl zij de staf van God in eigen handen hadden; men wist alleen niet hoe hem te gebruiken. "Biedt weerstand aan de duivel, en hij zal van u vlieden." (Jacobus 4:7)
"Zie ik heb u macht gegeven om op slangen en schorpioenen te treden en tegen de gehele legermacht van de vijand." (Lucas 10:19) "En zij hebben hem overwonnen (de satan) door het vloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis" (Openbaringen 12:11)

Jezus is ons Paaslam. Hij vergoot Zijn bloed voor ons. Maar ook wij moeten "indopen en aanstrijken", waar wij bescherming nodig hebben tegen de macht van de vijand. Hij heeft ons het gebruik van Zijn Naam gegeven, die macht uitoefent over de kracht van de vijand. Deze is niet alleen gegeven om te gebruiken in het gebed tot de Vader, maar ook opdat wij in Zijn Naam Zijn macht over de vijand zouden uitoefenen.

De wapens waardoor wij de Satan tegemoet treden en zeker zijn van de overwinning in alle omstandigheden van het leven, zijn:
- Het Woord van God, dat is het zwaard van de Geest (bestudeer het a.u.b. en weet uw rechten)
- Het reddende, beschermende, beschuttende bloed van het Lam Gods
- Het gezag van Zijn Naam
- De kracht van Zijn opstanding
Tesamen met ons geloof in het volbrachte werk van Golgotha.

'WANT HET WOORD VAN GOD IS LEVEND EN KRACHTIG EN SCHERPER DAN ENIG TWEESNIJDEND ZWAARD' (Hebr. 4:12)

Het gesproken woord is het wapen dat wij hanteren tegen de vijand. Wij moeten bij het gesproken woord onszelf, onze geliefden, ons huis, kerk enz., onder de bescherming plaatsen van het Bloed van Jezus. Dan moeten wij met het Bloed van Jezus tegen de Satan ingaan met woorden van GEZAG, en in de almachtige Naam van Jezus zijn werk vernietigen, zijn bolwerken slechten waar gij hen ook aantreft.

Waar Satan aan het werk is moeten wij hem wederstaan, het Bloed van Jezus tegenover elk kwaad stellen, gebruik maken van het Woord van God met gezag. Door de Naam van Jezus hebben wij macht om de krachten der duisternis te verslaan en te binden. Psalm 149:6 tot 9 zegt:

"De lofverheffingen Gods zijn in hun keel, een tweesnijdend zwaard is in hun hand, om hun koningen met ketenen te binden en hun edelen met ijzeren boeien; om het beschreven vonnis aan hen te voltrekken, Dat is de luister van al zijn gunstgenoten. Halleluja!"

"Want de wapenen van onze verdtocht zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God tot het slechten van bolwerken, zodat wij de redeneringen en leke schans, die opgeworpen wordt tegen de kennis vanGod. slechten, elk bedenksel als krijgsgevangene brengen onder de gehoorzaamheid aan Christus" (2 Cor. 10:4-5)

"GEEF DE DUIVEL GEEN VOET" (Efeze 4:27)

Wij mogen de Satan geen plaats, geen voet geven in onze levens. De overwinnende strijd tegen de vijand wordt volbracht door gebruik te maken van de wapens en de macht door God aan ons gegeven. "Maar Gode zij dank die ons de overwinning geeft door onze Here Jezus Christus" (1 Cor 15:57)

Hoewel Christus ons de overwinning heeft gegeven en hoewel Satan een verslagen vijand is, zal Satan ons niet zonder strijd loslaten, maar het Woord zegt ons hem te weerstaan tot van ons zal vlieden (vluchten). Hij zal gaan, want God heeft het beloofd: "Biedt weerstand aan de duivel en hij zal van u vlieden."

GELOOFSVOLHARDING

Soms is het een hardnekkig gevecht. Op andere kren vliedt Satan bijna ogenblikkelijk. Wij weten niet waardoor het verschil ontstaat, maar wij moeten niet vertwijfelen, weten dat de overwinning verzekerd is door de macht van Gods Woord (2Cor. 2:14). Indien Satan volhoudt, moeten wij temeer volhouden om hem tot nederlaag te dwingen en ons beroepen op Christus' overwinning. zo nodig kan dit verzet ook in stilte plaats vinden en men kan de woorden van gezag ook in stilte uitspreken. Het bevechten en weerstaan van de vijand is één ding.

Onze verzoeken bij God brengen is een ander! Beide zijn nodig. En in alles moeten wij de leiding en de hulp van de Geest zoeken (Rom. 8:26). "En God is bij machte alle genade in u overbloedig te schenken, opdat gij, in alle opzichten te allen tijde, van alles genoegzaam voorzien, in alle goed werk overvloedig moogt zijn" (2 Cor. 9:8)

"Voorts, weest krachtig in de Here en in de sterkte Zijner macht. Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels" (Efeze 6:10-11)