home print  
                     Volharding

,,Geeft dan uw vrijmoedigheid niet prijs, die een ruime vergelding heeft te wachten. Want gij hebt VOLHARDING NODIG om, den wil van God doende, te verkrijgen hetgeen beloofd is. Want nog een korten, korten tijd, en Hij die komt, zal er zijn en niet op Zich laten wachten, en mijn rechtvaardige zal uit geloof leven; maar als hij nalatig wordt, dan heeft mijn ziel in hem geen welbehagen. Doch wij hebben niets van doen met nalatigheid, die ten verderve leidt, doch met geloof, dat de ziel behoudt" Hebr. 10 :35-39.)

Wij hebben God leren kennen als de Vader, die uit liefde alles schenkt om niet. Hij had de wereld zo lief, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe (Joh. 3:16). God is liefde, en liefde openbaart zich in geven. ,,Hoe zal Hij, die zelfs Zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken?" (Rom. 8 :32). Eerst ontvangen wij van God onze behoudenis, het eeuwig leven. Als we door het geloof Jezus aannemen als onze Verlosser en Zaligmaker, ontvangen wij Hem in ons hart als onze Heer. Denk niet dat God dan uitgeput is met geven. Deze allergrootste gave die ooit een mens kan ontvangen, is pas het begin. Hij zal ons met Hem alle dingen schenken. Al de rijkdommen en schatten van Zijn koninkrijk wil Hij ons geven, de wonderbare vervulling met de Heilige Geest en al haar gaven. Hij schenkt ons Zijn liefde in het hart, Zijn vrede en blijdschap, Hij schenkt ons genezing voor geest, ziel en lichaam. Zijn schatkamers zijn van al het goede onuitputtelijk. Hij zorgt voor onze natuurlijke noden, er is niets te groot en niets te klein voor Hem om het ons te schenken, alles om niet.

Zoek eerst het Koninkrijk Gods en al het andere zal u bovendien geschonken worden: voedsel, kleding, een huis, werk, alles wat u nodig hebt. Al de goede gaven en zegeningen van de Heer dalen als een bergstroom neer. Zij vloeit overal waar nederige plaatsen zijn. Waar steile hoogten zijn of harde rotsblokken, daar gaat de stroom omheen. Als er hoogmoed in ons hart is, dan zijn wij als een hoogte, is er liefdeloosheid, haat of egoïsme, dan zijn wij als een rotsblok. De stromen van Gods zegen gaan om ons heen en bereiken ons niet, veeleer zijn we een dam waardoor ook anderen de zegen wordt onthouden. Maar als we ootmoedig en nederig zijn en met een verlangend hart veel van de Heer verwachten, dan schenkt Hij ons steeds meer van Zijn heerlijkheid. Van Jezus lezen wij, dat Hij vol was van genade en waarheid (Joh. 1:15).

Al de volheid Gods woonde in Hem. God schonk Hem Zijn Geest niet met mate, d.w.z. steeds overvloeiend, met geen maat te meten. Dat komt omdat Jezus zachtmoedig was en nederig van hart. (Matth. 11 :29). Laten wij ook hierin de Heer Jezus volgen. God verlangt ons de volheid van Christus te schenken. (Ef. 4 :13). Toch is alles wat we hier op aarde van de Heer ontvangen, nog alleen maar het vruchtgebruik van de erfenis die voor ons is weggelegd. Om de erfenis zelf te ontvangen moeten wij volharden tot het einde. (1 Petr. 1 : 4-5). Want gij hebt volharding nodig, om de wil van God doende te verkrijgen hetgeen beloofd is. Op vele plaatsen spreekt de bijbel ons over volharding. Gelukkig was er in de NBG51 vertaling het woord ,,lijdzaamheid" verdwenen die destijds in de SV stond en is er ,,volharding" ervoor in de plaats gekomen. In de Herziene versie is dit gelukkig ook aangepast. Als we in de oude vertaling Luc. 21 :19 lezen ,,Bezit uwe zielen in lijdzaamheid", dan krijgen we de indruk, dat we maar lijdelijk en gelaten moeten afwachten en dragen alles wat ons overkomen zal. Hoe heel anders staat het in de nieuwe vertaling. ,,Door uw volharding zult u uw leven verkrijgen". Wat overeenstemt met Math. 24 :13 en Marc. 13 :13. ,,Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden".

Volharding leren wij in verdrukking. Rom. 5 :3. Misschien hebben wij ons menigmaal afgevraagd, waarom God toch toelaat, dat Zijn kinderen op allerlei wijze worden aangevochten door de boze. De satan gaat daarbij vaak zo listig te werk, dat velen worden afgetrokken, of gaan twijfelen aan datgene wat ze van de Heer ont vingen. Er zijn er die twijfelen aan hun redding, anderen aan hun genezing of aan de vervulling met de Heilige Geest. Altijd is dit werk van de boze die het verloren terrein tracht terug te winnen. Hoe menigmaal komt hij niet tot ons door middel van een o zo goed menende broeder of zuster, gewapend met een of andere bijbeltekst, en tracht ons aan het twijfelen te brengen. God laat het toe. De satan begeert ons te ziften als de tarwe, maar Jezus bidt. Hij bidt niet dat het ziften zal ophouden, het ziften is nodig. Hij bidt dat ons geloof niet zal ophouden. Als Petrus op de zeef gaat, verloochent hij zijn Heiland tot driemaal toe. Jezus bidt, hij weet hoever de satan gaan mag.

Dan een blik vol liefde en smart uit de ogen van de Heer en Petrus vlucht de nacht in, in wanhopig berouw. Zijn geloof was niet opgehouden, maar het moest gezift worden als de tarwe. Er was nog zoveel kaf in Petrus, dat moest er nog uit. Petrus was nog teveel een man die zichzelf omgordde en ging waarheen hij wilde, hij meende nog heel wat zelf te kunnen: ,,Here, al moest ik ook met U sterven, ik zal U geenszins verloochenen". Petrus moest nog leren dat hij helemaal niets kon, dan alleen in de kracht van Jezus. Hij moest nog heel klein en afhankelijk worden van zijn Heer. Pas toen hij door deze diepe weg was heengegaan, kon de Heer Jezus hem gebruiken. ,,Weid Mijn lammeren". ,,Hoed Mijn schapen". (Joh. 21 : l5-17). Nu zou hij niet meer gaan waarheen hij zelf wilde, maar kon de Heer hem daar brengen waarheen Hij hem hebben wilde, en hij zou Hem volgen tot in de kruisdood. Zo gaat het ook in ons leven. ’t Is Jezus zelf die Zijn dorsvloer doorzuivert. Matth. 3:12. Maar de satan wordt daarbij gebruikt als dorsmachine, Jezus bidt. Hij houdt Zijn beschermende handen om de goede graankorrels. Al worden wij nog zo geschud, al gaan wij soms twijfelen, al verloochenen wij de Heer en bedroeven we Hem vele malen, Jezus blijft bidden. Hij bereikt door alles heen Zijn doel met ons, n.l. dat wij leren in volkomen afhankelijkheid van Hem te leven, ons vertrouwen te stellen alleen op Hem en Zijn Woord.

Veelal is er in ons nog onbewust een vertrouwen op eigen kracht of op de mening van andere mensen. Vaak nemen we veel dingen aan omdat andere, in ons oog belangrijke mensen het geloven. De Heer wil ons leren om ons geheel op Hem te verlaten en ons door Zijn Geest te laten leiden. Daartoe gebruikt God het ziften van de boze, ,,Houdt het voor enkel vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt, want gij weet, dat de beproefdheid van uw geloof volharding uitwerkt. Maar die volharding moet volkomen doorwerken, zodat gij volkomen en onberispelijk zijt en in niets te kort schiet" (Jac. 1 :2-4). Jezus zegt: ,,Zalig zijt gij wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende alle kwaad van u spreekt om Mijnentwil. Verblijdt u en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij de profeten vóór u vervolgd" (Math. 5:11-12).

Als wij gehoorzaam worden aan God en Zijn Woord, en met de hand op Zijn beloften alles in ontvangst nemen wat de Heer ons schenken wil, dan zullen de beproevingen niet uitblijven. Wat kunnen we het vaak moeilijk hebben met al die goedbedoelde waarschuwingen van broeders en zusters waar we vroeger vaak geestelijk mede waren. Als we trouw blijven aan de Heer, komen wij vaak volkomen alleen te staan. God beproeft ons of wij waarlijk Hem liefhebben boven alles, "Wie iets of iemand liefheeft boven Mij is Mijns niet waardig" zegt de Heer. We gaan dan door de woestijn. Maar de Heer is met ons. Als wij genezing van de Heer ontvingen, zal satan trachten ons aan het twijfelen te brengen door ons weer opnieuw met allerlei pijnen aan te vallen. Wij moeten dan alleen op Jezus zien in vol vertrouwen, op Hem die al onze ziekten heeft gedragen en door wiens striemen wij genezen zijn. Niet geloven in wat wij voelen, niet letten op de symptomen, de ziektetoestand, waarmede de satan ons wil aanvallen, alleen geloven in de Heer onze Heelmeester.

Ontvingen wij de vervulling met de Heilige Geest en de gave van het spreken in tongen, stellig komt er vroeger of later iemand tot ons, die ons wil trachten aan het twijfelen te brengen met de leugen, dat het wel eens van de duivel kon zijn. Nu gaat het er maar om of wij luisteren naar de mensen of zien op Jezus. Onze Heer geeft ons geen stenen voor brood. De Heer brengt ons niet in een oerwoud waarin wij zouden verdwalen, veeleer is het zo, dat de Heer ons stelt in een vesting, een bastion in een vijandelijk land. Wij zullen moeten strijden met volharding tot het einde, dan pas zullen wij het hele land verkrijgen en er over heersen. Openb. 20:4.

,,Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning die de wereld overwonnen heeft: ons geloof"
(1 Joh. 5 :4).
,,Zalig is de man die in verzoeking volhardt, want wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben" (Jac. 1 :12).

,,Verheugt u daarin, ook al wordt gij thans, indien het moet zijn, voor korten tijd door allerlei verzoekingen bedroefd, opdat de eehtheid van uw geloof, kostbaarder dan vergankelijk goud, dat door vuur beproefd wordt, tot lof en heerlijkheid en eer blijke te zijn bij de openbaring van Jezus Christus" (l Petr. 1 :6-7).

E. H.-L. R.