Zonen van God

Zonen Gods - Sons of God
Uit Maandblad 105 (1962)- Karel Hoekendijk

"Nu echter het geloof gekomen is, zijn wij niet meer onder de tuchtmeester (de Wet). Want gij zijt allen Zonen van God door het geloof, in Christus Jezus Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed. Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt immers één in Christus Jezus. Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham en naar de belofte erfgenamen."
(Gal. 3:25-29)

Als een gelovige in Christus gedoopt en zich met Christus bekleed, dan is er geen sprake meer van allerlei differentie met de ander, verschil, onderscheiding, dan is alles gelijkgeschakeld, tot één eenheid samengesmeed.
Wie zich met Christus bekleed ontdoet zich van alles waarin hij zich onderscheidt van zijn naaste. De duivel accentueert de differentie, het onoverkomelijke verschil, hij verscherpt ze, hij doet graag de wereld uiteenvallen in vele groeperingen.


Nu is dat niet zo erg dat er verscheidenheid is; een orkest bestaat ook uit verscheidene muziekinstrumenten die een eigen klank hebben waaruit een harmonie wordt gevormd, maar de duivel stelt deze elementen tégenover elkaar, hij stelt ze vijandig tégenover elkaar. Terwijl in Christus alles ÉÉN is. De wet kiest, de één boven de ander.

De wet stelt de één tegenover de ander. De één is goed en de ander niet. Maar waar Christus tot volle heerschappij komt, daar wordt alles gelijk. "Doch ik vermaan broeders, bij de naam van onzen ere Jezus Christus: weest allen éénstemmig en laten er geen scheuringen onder u zijn: weest vast aaneengesloten, één van zin en een van gevoelen. Mij is namelijk omtrent u, mijn broeders medegedeeld door de huisgenoten van Chloë, dat er twisten onder u zijn Ik bedoel dit, dat ieder uwer in leus heeft: Ik ben van Paulus! en ik van Apollos! En ik van Cefas En ik van Christus! Is Christus gedeeld?" (I Col-. 1:10-13).

In de gemeente van Corinthe was veel verwarring binnengedrongen, fanatisme en onverdraagzaamheid. De gelovigen verdeelden zich in groepen, ze zochten uiterlijke onderscheiding, omdat ze innerlijk verdeeld waren. Daar waar zij Christus niet meer centraal zagen, maar van Hem af naar zich zelf, zonderden zij zich af. De duivel gebruikte afwijkende inzichten in details om daarmee de grote lijn van het Koninkrijk te verbrokkelen. Hij wees op inzichten van de naasten, blies die tot onaanvaardbare, gevaarlijke dingen op, tot ketterse onmogelijkheden, om zijn doel te bereiken en splitsing te veroorzaken. Gods Geest zoekt te verenigen en de duivel te versplinteren.

Wij zien dat ook om ons heen in Holland Daar waar Gods Geest moest waaien en Christus gepredikt worden als de Doper met de Heilige Geest, tot ÉÉN Gemeente, ÉÉN lichaam, ÉÉN kerk, daar komen onverdragelijke tradities naar voren gesprongen, daar worden weer wetten gesteld. Ook in Pinksterkringen spreekt men zo: dié broeder is een valse profeet, en dié brengt een verkeerde boodschap! En wij zien duidelijk de splijtende werking van de duivel, terwijl juist dóór de éénheid in Christus moest worden benadrukt.

Christus maakt VRIJ! Halleluja! Hij is niet geïnteresseerd in datgene waarvoor zovelen van zijn kinderen warmlopen. Hij zoekt (dikwijls wenend, als bij Jeruzalem), de schapen bijéén te verzamelen om te komen tot EEN KUDDE, waarover Hij de Herder is. Terwijl voor de wettische Jood, de Farizeeër, al die dingen zo onmogelijk zwaar wogen en zij het altijd hadden over de scheiding tussen het heilige Verbondsvolk en de onheilige heiden, de hond, de verachte buitengeslotene, daar komt Jezus met een Nieuw Verbond, een nieuw evangelie, een nieuwe mogelijkheid. Hij ziet niet die dingen die voor de wettische, vrome, godgeleerde zo verschrikkelijk belangrijk waren, Hij heeft een aans ander plan waarin iedereen betrokken is. Halleluja!

Nationale scheidingen vallen weg

Petrus was apostel en had zo zijn gedachten over Joden en heidenen. De laatste waren onrein, onaanraakbaar. Maar God gaf hem een visioen, terwijl hij biddende was op het dak. De Heer liet een laken neer op de aarde, hierin bevonden zich allerlei viervoetige en kruipende dieren en vogels. En God sprak tot Petrus: Sta op, Petrus, slacht en eet!

Maar Petrus zeide: Geenszins, Here, want ik heb nog nooit iets gegeten, dat onheilig of onrein is! Maar de stem Gods kwam ten tweeden male en zei: Wat God rein verklaard heeft, moogt gij niet voor onheilig houden! En dit geschiedde driemaal achtereen. Steeds hetzelfde teken en hetzelfde Goddelijke woord: Wat God rein verklaard heeft, moogt gij niet voor onheilig houden. Wat God in Christus, door het Bloed van het Lam rein verklaard heeft, dan mogen de (vrome) mensen met hun wettisme niet onmogelijk achten.

Geen verschil voor God. In Christus gedoopt en met Christus bekleed, vallen deze (voor velen uiterst belangrijke) onderscheidingen weg.De jood voor Christus is even belangrijk als de Griek. En niet vaag, maar de bijbel zegt: Er is GEEN SPRAKE meer van verschil van nationaliteit, van binnen of buiten het Verbond gesteld te zijn, in Christus wordt een Nieuw Verbond gesloten voor ALLEN.

Christus is tegen nationalisme, maar internationaliseert! Niet horizontaal, maar vertikaal. Hij ziet van boven af en beoordeelt van boven af. Hij ziet het willige hart aan en dan werpt Hij Zijn heil als een mantel, als een kleed om de schouders van de gelovige. Hij sluit een Nieuw Verbond des Levens. Halleluja!

De Farizeeërs spreken met Jezus over allerlei theologische problemen en als Jezus de doop aan de orde stelt, schrikken zij hoogmoedig terug en zeggen: Wij zijn Abrahams zaad! Denkt niet te min van ons! Wij zijn niet zomaar particulieren, maar wij zijn niets minder dan Abrahams zaad. Deze uitverkorenheid, deze uitzonderingspositie stelt ons boven de verplichtingen van het Koninkrijk. Abrahams zaad behoeft niet te antwoorden op het heil in Christus! Maar Jezus schudt Zijn hoofd. Deze mannen stellen zich buiten het Heil, door hun harde eigengerechtigheid. Wat voor gerechtigheid kan Hij hen nog schenken? Wat vol is is vol!

Ik vroeg onlangs aan een man: Bent u een kind van God? Hij stoof achteruit en zijn ogen fonkelden verontwaardigd, hij zei: Meneer, ik ben goed gereformeerd! Ik antwoordde: Prijs de Heer! Maar dat vraag ik niet, ik vraag u of u een kind van God bent en niet bij welke kerk u zich heeft aangesloten! Maar de man bleef boos, beledigd, gestoken, hij antwoordde niet verder. Goed gereformeerd is genoeg, ja belangrijker dan een wedergeboren kind van God te zijn! Abrahams zaad is een uitverkiezing dat hoog boven de verlossing door het Bloed van Jezus uitgaat, zo menen zij!

Maar Jezus zegt: Wie zich aan Mij overgeeft met heel zijn hart, wie zich door Mij laat reinigen door Mijn Bloed, wie bereid is het zondigen te laten en de duivel niet langer wenst te volgen wie in Mij gedoopt is en zich met Mij heeft bekleed, die maak ik tot een nieuwe schepping! En dit: een nieuwe schepping te zijn stijgt boven alle door mensen gemaakte scheidingen uit.

Sociale scheidingen vallen weg

"Hierbij is GEEN SPRAKE (dat wil zeggen: God spreekt hier niet over!) van slaaf of vrije- (vers 23). Het Handvest der Verenigde Naties garandeert elk mens op aarde drie dingen: vrijheid, waardigheid en recht! Maar wat komt daarvan in de praktijk terecht?
Als hier gesproken wordt dat in Christus geen slaaf of vrije is, dan betekent het dat maatschappelijk onderscheid bij Jezus wegvalt, standverschil. Hij veegt het vermeende verschil in bezittende klasse en dienende klasse, werkgever en werknemer, het heersen van de een over den ander, weg.

Hij erkent ze wel, maar als buitenkant; innerlijk, geestelijk, zijn allen gelijk. Niemand onderdrukt, overheerst, onder de voet gelopen, in Christus, in Hem GEEN SPRAKE daarvan, indien de mens bekleed is met Hem. Geen neerzien op den ander, een bevreesd opzien tot den ander, neen, in Christus ontvangt elkeen een kostbaarheid, die hem uittilt boven alle toevallige menselijke standverschillen. "Omdat gij kostbaar zijt in mijn ogen en hooggeschat en Ik u liefheb..."(Jesaja 43:4), dat is het woord Gods voor het volk van God.

Sexuele scheidingen vallen weg

"Hierbij is GEEN SPRAKE van mannelijke en vrouwelijke." Geen bevoorrechting der sexen. Christus was de eerste die de emancipatie bracht. De wettische christen ziet en zoekt hier ook weer scherpe scheidingen. Zie maar eens naar de plaatsing van de vrouwen, apart van de mannen, in verschillende kerken en vergaderingen. Ze hebben geen recht van spreken, ze zitten, als in de middeleeuwen, buitende leiding en medezeggingsschap van de gemeente, als onmondigen. Evenals in de synagoge destijds. Scheiding.

Dit mag de man wel en de vrouw niet. In het geestelijke leven is het dikwijls niet geoorloofd dat de vrouw dit of dat doet en het wordt door de voorganger zeer benadrukt. Juist in deze benadrukking ligt zoveel liefdeloosheid en wettischheid. Naar hun specifieke aarden aanleg zal de vrouw in het gebedieningen ambiëren die de man beter liggen, naar zijn aard en aanleg, maar daarom zijn er andere en even belangrijke bedieningen die haar specialiteit zijn, waarin haar roeping ligt.

Waarom de man alle vooruitgeschoven posten en zij achterblijven, elke wijze voorganger schakelt deze waardevolle eigenschappen graag in, die de zusters bezitten. Wat is er in vele vergaderingen hierin verstarring gebleven, traditie die niet wijken mocht voor het bekleed zijn met Christus. Maar, prijs de Heer!, de bijbel spreekt: in Christus GEEN SPRAKE daarvan, Hij spreekt er nimmer over.

Eén in Christus

De wet, de traditie kiest, het is Jood OF Griek, slaaf OF vrije, mannelijk OF vrouwelijk, maar in Christus is het Jood EN Griek, slaaf EN vrije, mannelijk EN vrouwelijk. Christus heeft het Koninkrijk hen ALLEN nabij gebracht en nam de verwijdering weg, heelde de gebrokenheid onder de mensen. Geen religie, geen levensbeschouwing, geen filosofie is in staat tot wat in Christus geschiedt. "Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn naam, daar ben Ik in hun midden." Waartoe? Om hen te verzoenen. De duivel zet twee of drie tegen elkaar op en doet ze geloven dat zij elkander nimmer zullen vinden. Maar in Christus gebeurt een wonder, ze worden tot ÉÉN. Niet vooruit geschoven, niet achteruit gezet, niet verhoogd, niet vernederd, niet uitverkoren en verworpen, maar ÉÉN in Christus, samengesmolten door Zijn liefde, samengevoegd door Zijn Bloed.

ÉÉN in de naam van Jezus
ÉÉN zin en ÉÉN gemoed,
ÉÉN in 't geloof der Schriften
ÉÉN in 't verzoenend Bloed.
ÉÉN Vader Die ons liefheeft
ÉÉN Zoon, die stierf aan 't kruis
ÉÉN Geest, die leidt door 't leven, En straks één Vaderhuis.

"Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen" (vers 29). Indien gij IN Christus zijt ("Zo is dan wie IN Christus is, een nieuwe schepping"). Indien gij u MET Christus hebt bekleed. Indien gij nu VAN Christus zijt. In Hem, met Hem, van Hem. Dan profiteren wij van de zegen van Abraham.

Wij lezen in Gen. 12 de zegen van Abraham, die in Christus ons deel is geworden. "Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen en uw naam groot maken, en gij zult tot een zegen zijn. Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken, en met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden."-

"Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham en naar de belofte erfgenamen."

Onmondig ( kinderlijk, onvolwassen)

Wij lezen verder in Galaten 4, vanaf vers 1. "Ik bedoel dit: (zegt Paulus) zolang de erfgenaam ONMONDIG is, verschilt hij in NIETS van de slaaf."

Hij heeft als erfgenaam, kroonprins, de tweede plaats in Huis, naast de Koning en zal over alles kunnen beschikken; maar dit is de tragiek, hij is innerlijk een slaaf, een dienstknecht, hij heeft niets. Uiterlijk staat hij op de meest vooruitgeschoven gezagspost, met volmacht, hij heeft procuratie, recht van handelen en recht om te nemen uit de volheid van het Huis, "Al het Mijne is het uwe!", maar hij heeft een slavenmentaliteit, hij is een schuwe sluiper door het Huis, hij houdt zijn handen op voor het kleinste en het minste, een serviele, nietsbezittende slaaf. Voor het geringste bedelt hij, hij wil de Vader een klein bokje uit de enorme kudde vragen om er met zijn vrienden vrolijk mee te zijn, maar zelfs dat durft hij niet, hij de bezitter van alle bokjes durft de Vader niet één bokje te vragen.

De vader rekent er op dat hij zal weten wie hij in het Huis is en er zich naar gedragen, hij verwacht dat hij eenvoudig zal nemen wat hem toebehoort als erfgenaam, maar de erfgenaam kent zijn macht en rijkdom en mogelijkheden niet.

De bijbel zegt: hij verschilt in NIETS van een slaaf. Hij gebruikt zijn troonrechten niet, het zitten met Christus in de troon (Ef. 2:6), hij ligt daarentegen steeds ONDER de machten, ONDER de vrees, ONDER de ziekte, ONDER de armoede.

Hoe komt dat? Omdat de erfgenaam onmondig is in Christus. Hij heeft niet, hij gebruikt zijn MOND-RECHT in Christus niet. Hij heeft zich gesteld buiten 't WOORDRECHT in Christus. Hij heeft het RECHT van SPREKEN in Christus nimmer gehanteerd. Hij spreekt niet het woord dat Christus spreekt. Het machtwoord. Het woord van gezag. Het woord van de rechthebbende op de troon. Het Koninklijk decreet is niet in zijn mond, omdat het slavengestamel nog woont in zijn hart. Dat gaat niet samen.

Men is in Christus méér dan overwinnaar. Dezelfde woorden die Hij gebruikt, zullen wij ook gebruiken. Dezelfde werken die Hij doet, zullen wij doen. Omdat wij Zijn beeld gelijkvormig zijn geworden. Omdat wij in Christus zijn. Omdat niet meer mijn ik, maar Christus in mij leeft! Daarom spreken wij het woord van Jezus en zijn niet langer onmondig

Jezus zei: Zwijg, wees stil! tegen de demonen, die hem aanspraken, tegenstonden in de synagoge in Kapernaum, Jezus nam Zijn gezagspositie van het Woord in tegen de woorden van de vijand. Jezus zei: Wordt gezond! Ik wil het, wordt rein! Jezus zei: Lazarus, kom uit! Jezus zei: Vijgeboom, wordt verdord! Jezus zei: Effatha! tegen een dove. Jezus zei tegen een dood lichaampje van een meisje: Dochter van Jairus, sta op! Jezus zei: "Ik zeg u, wie tot deze berg zou zeggen, hef u op en werp u in de zee, en gelooft dat hetgeen hij ZEGT, GESCHIEDT, het zal hem geschieden." Wat betekent dat? Jezus zegt: ga staan in uw troonrechten, gebruik uw WOORD-RECHT! Ik gaf u RECHT VAN SPREKEN!

Spreek Mijn woorden vanuit het gezag dat gij in Mij hebt, als zonen, als erfgenamen. Dit is MONDIGHEID in Christus. Dit is het recht, het voorrecht, de plaats, de positie van de erfgenaam. Maar als hij buiten het MOND-RECHT blijft staan, dan blijft hij een ellendige bedelaar, een slaaf die van de kruimels leeft die van 's Konings tafel vallen.

Eigenaar van alles

"Zolang de erfgenaam onmondig is, verschilt hij in niets van een slaaf, al is hij ook eigenaar van alles."

Er staat hier dat de erfgenaam eigenaar IS, niet later zal worden, maar hij IS vandaag EIGENAAR van ALLES. Het is tragisch wat men vandaag in het christendom, hoe de gelovigen onder de machten liggen van zonde, ziekte, vrees en hoe de vijand over hun regeert. Hoor hoe ze zuchten, jammeren, hoe ze ellendig en zwak hun bevende handen omhoog en rond zich heen uitstrekken, zie met hoeveel ziekte en vrees zij zijn bezet. Hoe weinig glorie, uitstralende kracht, hoe bitter weinig overwinning.

Zij noemen zich het volk van God, ze belijden de naam van Jezus, maar tegenover de vijand die zich aan hen opdringt zijn zij nauwelijks bestand. Ze lijden verlies op verlies, ze liggen er onder, zij "verschillen in niets van een slaaf, al zijn zij ook eigenaar van alles." Zij hebben nimmer gezien wie zij zijn in Christus, hebben zich niet met Christus bekleed, hebben hun MOND-RECHT nimmer gebruikt, ze verkeren meer in het dienstgebouw, de bediendenkamers, het slavenhuis, dan in de Troonzaal.

Zolang de erfgenaam on-mondig is, verschilt hij in niets van een slaaf, al is hij ook eigenaar van alles; maar hij staat onder voogdij en toezicht." Hij die eigendomsrechten kan laten gelden, procuratie heeft, hij de erfgenaam, staat onder VOOGDIJ en TOEZICHT. Hij is te onvolwassen, de kroonprins heeft de volle mannelijke rijpheid niet bereikt, hij is niet ontwikkeld, uitgegroeid, hij heeft nog melkvoedsel, nog' geen vaste spijs.

Hij is zich niet bewust wie hij in Christus is en wat hij vermag (Ik VERMAG alle dingen in Christus (Phil. 4:13), hij is nog een kleine, machteloze meeloper, zonder naam, zonder gezag. Men hoort hen getuigen van hun ziekten en hun zwakheden, waarmee zij de duivel eren en zijn werken groot maken. Hoor hun bidden in de bidstonden, over hun zwakheden, hun onmogelijkheden, hun toch maar zondaar zijn, hun ziekten.

Ze hebben de vrucht van het volbrachte werk op Golgotha niet gegeten, waar het Lam Gods met Zijn Bloed alle zonden reinigde en wegnam ("Zie het Lam Gods dat de zonde der wereld WEGNEEMT" (Joh. 1:29), zij hebben de Naam des Heren niet geloofd dat Hij alle krankheden heeft gedragen, WEGGEDRAGEN ("Nochtans ONZE ziekten HEEFT HIJ OP ZICH genomen" (Jes. 53:4); "Hij HEEFT ONZE zwakheden OP ZICH genomen en ONZE ziekten HEEFT HIJ GEDRAGEN (Matth. 8:17), zij zuchten nog steeds over de straf die op hun leven ligt, het oordeel, het gericht dat onafwendbaar lijkt ("Maar om ONZE overtredingen werd HIJ doorboord, om ONZE ongerechtigheden (werd HIJ) verbrijzeld; de STRAF die ons de vrede aanbrengt, WAS OP HEM, en door ZIJN STRIEMEN IS ONS genezing geworden" (Jes. 53:5);

"Maar de Here heeft ONS ALLER ONGERECHTIGHEID OP HEM doen neerkomen" (Jes. 53:6), zij weten niet dat Jezus alles nieuw maakt, als zij zich geheel aan Hem overgeven, Hijzelf komt wonen in hun harten en schept een nieuwe schepping in hen, Zijn natuur ("Niet meer mijn ik, maar CHRISTUS leeft in mij" (Gal. 2:20). Zij hebben hun hand nimmer gelegd op de VOLKOMEN verlossing in Jezus Christus, zij bleven slaaf terwijl Christus hen de vrijheid gaf ("Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, HEEFT Christus ons vrijgemaakt" (Gal. 5:1).

Onder het slavenjuk uit

Wij lezen verder in Gal. 4, vers 3: "Zo bleven ook wij, ZOLANG wij onmondig waren, onderworpen aan de wereldgeesten." Zolang wij niet in het WOORD-RECHT staan, niet de gezagspositie in het WOORD innemen, zijn wij onderworpenen, slachtoffers van de demonen, gevangenen van de machten der duisternis.

De Heiland rukte ons uit dit slavenbestaan uit, kocht ons vrij door Zijn Bloed, Hij deed de gevangenis voor ons open, maar wij aanvaardden dit niet in ons hart, in geloof, maar bleven voortgaan in de oude toestand. Wij zouden juichende, vrije kinderen Gods kunnen zijn, vrij van de wet, vrij van de zonde, de ziekte en de vrees, maar innerlijk bleven wij slaven, wij bleven zuchtende gevangenen, een willig en gemakkelijke prooi voor de demonische machten, gebukt en gebonden.

De Geest des Zoons leidde ons in het volle licht, maar wij bleven in de duisternis, in het moeras, voortleven, een schijnbestaan, een schemerleven zonder glorie. De Heilige Geest maakte ons vrij van de wereldgeesten, de geesten van de wereld, in het grieks staat hier: Stoicheia tou kosmou; maar wij lieten ons weer een slavenjuk opleggen; "Houdt dus stand Ð (blijf in uw verloste toestand staan) - en laat u niet weder een slavenjuk opleggen" (Gal. 5:1).

"Maar toen de volheid des tijds gekomen was, heeft God Zijn Zoon gezonden" (Gal. 4:3). Niet te vroeg, niet te laat, niet toevallig, maar naar Gods klok, Zijn rekenkunst, Zijn plan. Het Kind in de kribbe is het Goddelijk sein dat de volheid des tijds was aangebroken, de tijd was vervuld, dat het uur van het glorierijk Koninkrijk van Jezus Christus was aangebroken.

Toen de volheid des tijds gekomen was, zond God Zijn Zoon. Toen de volheid des tijds gekomen was, zond God Zijn Heilige Geest. Toen de volheid des tijds gekomen was, schonk God inzicht en visie aan een onbekende augustijner monnik: Maarten Luther, zodat hij de boodschap van de rechtvaardiging door het geloof, zag en predikte en de reformatie begon. Eeuwen lang stond het in de oude Bijbel beschreven, maar in de volheid des tijds viel er schijnwerperlicht des Geestes op de tekst en de ogen werden verlicht zodat zij zagen. De Heer openbaarde het hem, op Zijn uur.

Toen de volheid des tijds gekomen was, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet. Hij werd geboren onder het oordeel, onder de wet der zonde en des doods (Rom. 7:9-24). Hij deelde in onze verlorenheid, Hij was er in neergedaald, om ons er uit op te heffen.

De Katholieke kerk noemt Maria de onfeilbare, de smetteloze, de heilige, de middelares, de Regina Coeli, de koningin des hemels. Zij was volkomen, zondeloos. Maar de bijbel zegt dat Jezus geboren werd uit een vrouw, geboren onder de wet, onder het oordeel. Hij kwam niet voort als God uit een Goddelijke vrouw; de bijbel ontluistert heel deze gefantaseerde status van onaantastbaarheid, Maria onder de wet, onder het oordeel, onder de tuchtmeester, onder de wet der zonde en des doods, en ook Jezus geboren onder deze wet.

Hij werd gelijk aan de minste der broeders. En gelukkig is dat, prijs de Heer. Want waarom werd Hij door God geplaatst onder het oordeel? Dat zegt het vervolg van de tekst: "Om hen, die onder de wet waren, VRIJ TE KOPEN." Halleluja! Wij zijn vrij van de wet. Gekocht UIT het slavenbestaan, ONDER het slavenjuk UIT. Door de prijs van Zijn Bloed. Halleluja!

O, dit is wonderbaar, dit doet ons hart vol stromen met vreugde. Jezus stelde Zich onder de wet, OPDAT ..... Hij ons, die onder de wet WAREN, VRIJ kon kopen. Zijn wij thans nog onder de wet? Neen! Zijn wij thans nog onder het oordeel? Neen! Staan wij thans onder de werking van de wet der zonde en des doods? Neen! Glorie!

"Opdat wij (die eertijds rechteloos waren) het RECHT van ZONEN zouden verkrijgen." Dit is een GESCHENK van de Heer, dit RECHT om ons ZONEN te noemen, ons als ZONEN te gedragen. Dit is geen gestolen status, geen ingebeelde toestand, dit is geen vrucht van onze hoogmoed, een toren die wij vanuit onze aanmatiging bouwen, met een spits die tot in de hemelen reikt. Neen het is een verkregen RECHT, de Vader schonk ze ons. Het MONDRECHT te gebruiken vloeit voort uit het verkregen ZOON-RECHT dat de Vader gaf.

Daarom, wanneer de duivel komt en u wijst op uw kleine kansen, op uw vermetelheid om de degen tegen hem te richten, dan wijst u hem eenvoudig op het verkregen, rechtmatig, RECHT dat u gegeven IS, Gebruik uw MOND-RECHT, uw ZOON-RECHT tegen de aanvallende wereldgeesten. TREEDT OP! Wordt u bewust wie u bent in Christus! Werp het slavenleven in uw hart weg, versla de influisteringen van de duivel met het WOORD, waarin staat dat u ERFGENAAM bent. Amen.

De Geest Zijns Zoons

"En, dat gij ZONEN zijt - God heeft den GEEST ZIJNS ZOONS uitgezonden IN ONZE HARTEN!"
Dat deed de Heer door de vervulling met de Heilige Geest. Dat is wonderbaar! De Geest ZIJNS ZOONS, dezelfde Geest als die van Jezus, dezelfde Geest waardoor Hij Zijn heerlijke wonderen en tekenen deed, demonen uitkwierp, overwinningen verkreeg. DEZELFDE GEEST die woonde in Jezus. God zegt: Ik heb dezelfde Geest uitgezonden in uw harten. Ik HEB het gedaan, deze Geest IS IN U! Werk er mee, bouw het Koninkrijk er mee!

Laten de zendelingen dit goed beseffen in het vijandige, demonische land waar zij staan. Vrees de machten niet die opdringen. Verlos in Jezus' Naam de arme gebondenen van duistere machten. Spreek een kort commando des geloofs! Ga niet praten met geesten, niet discussi‘ren, niet "experimenteren", maar spreek kort en krachtig het bevel: Ga uit! Neem mijn raad aan en ga nooit met demonen "spelen", niet met hen "bezig-zijn" laat u nimmer daartoe verleiden Het geïnteresseerd "bezig-zijn" met hen, het -als studie-object" benaderen, doe dit nimmer.

Op een dag slaat de duivel op een verschrikkelijke manier terug Zet als nieuwsgierige geen voet op dit terrein, maar werp ze manlijk en moedig uit, spreek korte bevelen, be‘indig hun activiteiten, bindt ze en werp ze uit, uit de geest en de stof van de mens. Bedwing uw nieuwsgierigheid, het gaat niet om een krachtMETING, doch om kracht-OPENBARING! Probeer niet hoever u kunt gaan. Dit is geen terrein waar wij manoeuvres kunnen maken, geestelijke oefeningen, maar er is slechts EEN goede handelwijze: Kort en krachtig uitwijzen! Zonder veel franje.

Toon wie u bent in Christus en vrees niet, neem uw troonrechten in, bent u bewust van het RECHT van ZOON te zijn en sta vast op de VOLmacht die u in Christus bezit. GEBIEDT! Onderhandel nimmer! Gebiedt slechts! Spreek het MACHTWOORD! BEVEEL! GELAST uit te varen! IN GELOOF! Twijfel niet. Aarzel niet. De duistere machten zien u scherp aan en zoeken in uw hart of u "Wel degelijk achter uw woorden staat; of u maar wat zegt of WERKELIJK uw machtspositie hebt ingenomen, ACHTER HET WOORD STAAT.

Elke macht die wij benaderen en beginnen uit te drijven, doorzoekt ons hart, zoekt twijfel en ongeloof in onze woorden, tast naar openingen in onze wapenrusting, weegt onze bevelen af naar ons geloof, kijkt in ons hart of wij ons werkelijk BEWUST zijn van het ZOONSCHAP, van waaruit wij gebieden, zij onderwerpen ons aan een pijlsnelle psychologische test: wat gelooft hij WERKELIJK, wie IS hij WERKELIJK, ontdaan van z'n harde schreeuwen en drukte die hij maakt, WIE Is HIJ IN DIEPSTE ZIN WERKELIJK. Gelooft u maar niet dat een duivelse macht bang is voor een grote mond, voor lawaaierigheid en geschreeuw, alsof een knecht van God een sergeant-majoor is die recruten drilt, o neen, geschreeuw beangstigt de demonen allerminst, maar EEN ding maakt hen machteloos en doet hem zijn slachtoffers loslaten, dit: Als hij ziet dat degene die hem tegemoet treedt, zich innerlijk VAST BEWUST IS van het RECHT van ZOONSCHAP in Christus.

Dat ALLEEN verlamt hem, doet hem onvoorwaardelijk gehoorzamen en uitgaan. Dat doet IEDERE macht der duisternis uitgaan zonder dralen. Voor het ZOONSCHAP bestaan geen (kleinere) machten die "gemakkelijk" uitgaan en (grotere) machten waarover (nog) geen overwinning is weten te krijgen. Wat is dit voor een getuigenis? Denk er om dat de onderwereld dit gehoord heeft en hier blij om is, want dit getuigenis doet hen zien wie zij voor zich hebben, een dienaar Gods met het bewustzijn van BEPERKT GEZAG, een man met 'n BEGRENSD GELOOF, hij durft ergens niet verder ...., reken maar dat de duivelse machten van dit getuigenis gebruik maken, reken daar vast op!

Neen, niet vanuit mannelijke moed of strijdvaardigheid, maar vanuit het RECHT VAN ZONEN dienen wij de machten tegen te gaan en voor die status zullen zij ALLEN MOETEN WIJKEN. Geen kracht-METING alstublieft, pas daar voor op, denk er om, onderschat de duistere machten nimmer. Maar in JEZUS' NAAM, als ZOON en ERFGENAAM (vul er uw hart mee!) zullen zij allen wijken. En dan kan een enkel woord hen losmaken, losscheuren uit het vlees en verjagen, door een enkel zacht, maar beslist gesproken woord.

Geschreeuw hoort op het exercitieveld, maar dat is het gebied van de demonie allerminst, ons geloof laten wij hier niet exerceren, denk daar goed om. Maar wij zitten op de Troon met Christus en een Koning schreeuwt niet tegen zijn onderdanen, maar als zij weten dat bij hem het gezag is, zullen enkele korte, rustige bevelen, gehoorzaamd worden. Ik denk dat veel luidruchtigheid een bewijs is van zwakheid, onzekerheid, men zoekt in kracht van geluid wat men aan zekerheid en vastberadenheid mist, vraag er de psychologen er maar naar. Neen, kort en bondig, een enkel bevel, maar..... eerst van binnen zeker en vast in geloof!
Geleid door den Geest

"En, dat gij ZONEN zijt - God heeft den Geest Zijns Zoons uitgezonden in onze harten, die roept: Abba, Vader. GIJ ZIJT DUS NIET MEER SLAAF, doch ZOON." Zoen van God, ingeboren in de familie van God. "Indien gij Zoon zijt, DAN ZIJT gij ook ERFGENAAM door God."
Hier zijn twee woorden die vertellen van een logisch gevolg, de woorden: DUS niet meer slaaf, en DAN zijt gij ook erfgenaam. Het is voor de Heer als voor de gelovige een logisch gevolg van het ene: met Christus zijn, in Christus zijn, van Christus zijn. Door God is het zo gesteld, "dan zijt gij ook erfgenaam DOOR GOD. Hij staat achter deze dingen, wij matigen het ons niet aan.

Wij lezen nog een tekst in Rom. 8: 14-17, waar dit staat: -Want ALLEN (dus Jood en Griek, slaaf of vrije, mannelijk oen vrouwelijk), die door den GEEST GODS GELEID WORDEN, ZIJN ZONEN GODS." Niet door verstand, niet door een theologische studie, niet door goede werken, niet door zintuigelijke waarneming, niet door gevoel, maar door de GEEST GODS. Onder deze leiding staan de ZONEN GODS. De Geest der waarheid zal u de weg wijzen tot de volle waarheid" (Joh. 16:13). De Geest wijst, de Geest leidt. Paulus op zijn zendingsreizen liet zich direct leiden door den Heiligen Geest (Hand. 16: 6-7); Hand. 20:22-23).

Het is ook het doel van een levende gemeente, dat deze bestaat uit ZONEN Gods . Ef. 4:11-13 zegt dat de door de Heer ingestelde bedieningen het doel hebben "Om de heiligen TOE TE RUSTEN tot dienstbetoon, TOT OPBOUW van het LICHAAM van Christus, TOTDAT WIJ ALLEN de EENHEID DES GELOOFS en der VOLLE KENNIS van den Zoon Gods BEREIKT HEBBEN, de MANNELIJKE RIJPHEID, de MAAT van den WASDOM DER VOLHEID VAN CHRISTUS." Dit is wonderbaar. Dit is het doel van de Heilige Geest, die zich bedient van de gaven des Geestes, de bedieningen, totdat wij ALLEN de MAAT van den WASDOM DER VOLHEID VAN CHRISTUS bereikt hebben.

Kunnen wij dat, ons volkomen laten leiden door de Heilige Geest? Of hebben wij meer vertrouwen in door mensen gegronde en geleide organisaties commissies, enzovoort? Kunnen wij dat: onze plannen laten rusten en wachten op de Heer, die door Zijn Geest Zijn plannen bekend maakt, direct, zonder omwegen, zonder menselijke, vleselijke beïnvloeding? Kunnen wij met "doorboorde" oren luisteren, hebben wij deze gevoeligheid niet verloren van onze geestelijke opmerkingsgave om uit een baaierd van stemmen die éne stem, die stem Gods te verstaan? Paulus liet zich niet door mensen leiden, maar wist te luisteren naar de Geest Gods, die in alle waarheid leidt, die feilloos leidt. Gebruik de gaven des Geestes voortdurend, in deze demonische wereld kunt u niet buiten deze feilloze aanwijzingen van de Geest.

"Want ALLEN, die door de GEEST GODS GELEID worden, zijn ZONEN GODS (Rom. 8:15). Want gij hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen." Wij hebben de Heilige Geest ontvangen tegenover deze geest, demon van slavernij, van zonde, ziekte en vrees, deze wereldgeesten, deze "stoicheia tou kosmou." Christus verlostte er ons van. Niet om het ons weer terug te geven, niet om ons onder voogdij en toezicht te stellen, om in niets van een slaaf te doen verschillen, neen, om daar bovenuit te stijgen, om ZOON te zijn, een vrije, heerlijke ZOON!

”Maar gij HEBT ONTVANGEN de Geest van het ZOONSCHAP, door welken wij roepen: Abba, Vader.”
Hier luiden de woorden gelijk als in Gal. 4. De Heer zegt dat wij deze Geest ONTVANGEN HEBBEN en verwacht dat wij er naar zullen handelen. Wij dienen ons dit bewust te zijn en de vrees niet opnieuw toe te laten in ons hart."DIE Geest GETUIGT met ONZE geest dat WIJ KINDEREN GODS ZIJN." ("Op de verklaring van twee getuigen zal iedere zaak vaststaan"- II Cor. 13:1). Gods Geest stemt samen met onze geest, éénsgeestes,hierom: dat wij KINDEREN GODS ZIJN. Halleluja! "Die Geest getuigt met onze geest dat wij kinderen Gods zijn. Zijn wij nukinderen, dan zijn wij ook ERFGENAMEN: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in Zijn lijden, is dat om ook te delen in Zijn ver-heerlijking."

Als wij deel hebben aan Christus, als wij zo intiem met Hem verbonden zijn, met Hem samengegroeid (Rom. 6:5), dan delen wij de erfenis met Hem. De Vader zal de erfenis delen tussen Jezus en ons, tussen ZIJN ZONEN, zij zullen samen ALLES ontvangen als erfenis, ieder 'n deel, ieder een gelijk deel. Wonderbaar. Degenen die in de Troon zitten zullen bezitters zijn van wat God bezit. Dan is alles van ons. "ALLES is IMMERS HET UWE; hetzij Paulus, Apollos of Cephas, hetzij WERELD, LEVEN of DOOD, hetzij HEDEN of TOEKOMST, HET IS ALLES HET UWE; doch Gij zijt VAN CHRISTUS en Christus is van God" (I Cor. 3:22, 23).

Lezen wij nog een tekst uit Hebreeën 2: 10: "Want het voegde Hem, om wien en door wien alle dingen bestaan, dat Hij, OM VELE ZONEN TOT HEERLIJKHEID TE BRENGEN, den Leidsman (de eerste, die vooraangaat) hunner behoudenis, door lijden heen, ZOU VOLMAKEN. Want Hij, die heiligt, en zij, die geheiligd worden, ZIJN ALLEN EEN, daarom schaamt Hij Zich niet hen BROEDERS te noemen, en Hij zegt: Uw naam zal ik aan mijn BROEDERS verkondigen vers 17: "Daarom moest Hij IN ALLE OPZICHTEN AAN ZIJN BROEDERS GELIJK WORDEN." Hij werd eerst aan ons gelijk, opdat wij gelijk zullen zijn in Hem. IN ALLE OPZICHTEN. II Cor. 3:18:

"En WIJ ALLEN, die met een aangezicht de heerlijkheid des Heren weerspiegelen,VERANDEREN NAAR HETZELFDE BEELD van HEERLIJKHEID tot HEERLIJKHEID, immers door den Here, die Geest is."

De Heilige Geest verandert ons in ZONEN, die HET RECHT van ZOONSCHAP zullen mogen gebruiken tegenover de demonie van de afgrond en tot opbouw van het Koninkrijk, waar wij regeren als koningen en priesters.