Zion, de Stad Gods

Voor het weergeven van de inhoud op deze pagina is een nieuwe versie van Adobe Flash Player vereist.

Adobe Flash Player ophalen

"Want gij zijt niet genaderd tot een tastbaar en brandend vuur, tot donkerheid, duisternis en stormwind, tot een geklank van een bazuin en tot het geluid van een stem, bij het horen waarvan zij verzochten, dat niet verder tot hen gesproken werd; want zij konden dit bevel niet dragen: Zelfs als een dier de berg aanraakt, zal het worden gestenigd. En zó ontzaglijk was het verschijnsel, dat Mozes zeide: Ik ben enkel vreze en beving. Maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen van engelen. En tot een feestelijke en plechtige vergadering van eerstgeborenen, die ingeschreven zijn in de hemelen, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten der rechtvaardigen, die de voleinding bereikt hebben, en tot Jezus, de middelaar van een nieuw verbond, en tot het bloed der besprenging, dat krachtiger spreekt dan Abel. " Hebr 12:18-24   



De wereld van tegenwoordig rekent met het zichtbare. Zij heeft geloof alleen in datgene, wat met de zintuigen kan worden waargenomen. Dit is menselijk en natuurlijk. Het moet ons echter niet verwonderen, dat bij God alle dingen anders zijn als bij de mensen. Wanneer Hij de Heer is, dan zal Hij anders zijn als de mensen. Wanneer Hij God is dan zal zijn denken en spreken ook goddelijk zijn. Hij zal ook niet op menselijke wijze te werk gaan, doch HIJ zal ook goddelijk handelen. Zijn gedachtengang zal anders zijn als de onze. "Want Mijn gedachten zijn niet mijn gedachten en uw wegen zijn met mijn wegen. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde zo zijn Mijn wegen hoger dan uw ,wegen en Mijn gedachten dan uw gedachten" (Jes. 55 : 8, 9).
De mens gaat af op hetgeen zijn zintuigen waarnemen, maar de Heer gaat hier ver bovenuit. De mens heeft natuurlijke wetten, maar God houdt ervan de wetten van de natuur te doorbreken door middel van Zijn almacht en dat noemen de mensen wonderen.

Voor Hem zijn wonderen en tekenen echter heel normaal en zij maken een deel uit van Zijn bestaan. De kinderen van deze machtige hemelse God, zij die gered zijn door het bloed van Jezus en een nieuwe schepping zijn geworden, moeten, omdat zij door het verlossingswerk van Jezus deelhebben aan de goddelijke natuur (2 Petr. I : 4), omdat zij uit God geboren zijn (Joh. 1 :13), zich gaan aanpassen aan de gedachtengang van hun hemelse Vader. De Heer eist van ons, dat wij meer vertrouwen op hetgeen Hij ons zegt, dan op hetgeen onze zintuigen ons mededelen. Zintuigen kunnen ons vaak bedriegen, maar het Woord van God is voor altijd betrouwbaar! Halleluja! "Het GELOOF nu is de ZEKERHEID der dingen die men HOOPT en het BEWIJS der dingen die men NIET ZIET" (Hebr. 11 : 1). "WANT WIJ WANDELEN IN GELOOF, NIET IN AANSCHOUWEN" (2 Cor. 5 : 7).

Toen de Heer zijn verbond sloot met het volk Israël in de woestijn, hield Hij rekening met het feit, dat Hij te doen had met zwakke mensen, die vertrouwden op hun zintuigen. Daarom maakte Hij ook gebruik van dingen, die de mensen met hun zintuigen konden waarnemen. Om zijn verlossingsplan duidelijk te maken gaf Hij o.a. Mozes de opdracht een tabernakel te maken. Op deze manier maakte Hij de verlossing aan de mensen zichtbaar en tastbaar. Om de menselijke zwakheid tegemoet te komen deed de Heer dit. Dat komt ook zeer duidelijk uit op de dag, waarop het volk Israël gekomen was bij de berg Sinai, waar het de wet ontvangen zou. Wij kunnen lezen in de bijbel: "En het geschiedde op den derden dag, toen het morgen werd, dat er DONDERSLAGEN en BLIKSEMSLAGEN en een ZWARE WOLK op de BERG waren en ZEER STERK BAZUINGESCHAL, zodat al het volk, dat in de legerplaats was, beefde. Toen leidde Mozes het volk uit de legerplaats God tegemoet en zij stelden zich op onder aan den berg. En de BERG SINAI stond geheel in ROOK, omdat de HERE daarop nederdaalde in VUUR; de ROOK daarvan steeg op als de rook van een oven, en de gehele berg beefde zeer" (Ex. 19 : 16-18).

Wat gaf de Heer allemaal aan zijn volk? Hij gaf een berg, donderslagen, bliksemstralen, een zware wolk, een zeer sterk bazuingeschal, rook, vuur en het beven van de berg Sinai. Al deze dingen kon het volk Israël waarnemen met de zintuigen. Zij konden deze dingen zien, horen of voelen! Hoe wonderbaar voor het volk Israël! Drieëneenhalfmiljoen Israëlieten beleefden deze dag. Al hun zintuigen werden aangesproken door de heiligheid van de Heer. Niets kwamen ze te kort. Allen hadden een ervaring met de levende God, die hen verlost had uit de slavernij van de duivel. Deze dag zou voortaan altijd in hun geheugen blijven. Hoe zouden ze nu nog kunnen twijfelen? Hoe zouden ze nu nog ongeloof kunnen hebben? Het volk Israël antwoordde dan ook: "Alles wal de HERE gesproken heeft, zullen wij doen en daarnaar zullen wij horen" (Ex. 24 : 7b). Wij weten echter allen hoe het geaaan is met het volk Israël. Terwijl Mozes nog op de berg Sinaï was, verviel het tot afgoderij en ook later in de woestijn was het een weerbarstig volk. Paulus schrijft ons: "Want ik stel er prijs op broeders, dat gij weet, dat onze vaderen allen onder de wolk waren, allen door de zee heengingen, allen zich in Mozes lieten dopen in de wolk en in de zee, allen hetzelfde geestelijke voedsel aten, en allen denzelfden geestelijken drank dronken, wan t zij dronken uit een geestelijke rots, welke met hen medeging, en die Rots was de Christus. En toch heeft God in het merendeel van hen geen welgevallen gehad, want zij werden neergeveld in de woestijn (1 Cor. 10 : 1-5).

"Waren dat niet allen, die onder Mozes uit Egypte waren uitgegaan? En van wie heeft Hij een afkeer. gehad, veertig jaren lang? Was het met van hen, die gezondigd hadden en wier lijken m de woestijn lagen? Aan wie anders zwoer Hij, dat zij tot zijn rust niet zouden ingaan, dan aan hen, die onaehoorzaam geweest waren? ZO ZIEN WIJ, DAT ZIJ NIET KONDEN INGAAN WEGENS HUN ONGELOOF" (Hebr. 3 : 16-19). In het nieuwe verbond begint de Heer dan ook te handelen op een totaal andere wijze. De zintuigen van de mens treden niet meer zozeer op de voorgrond. Vaak zijn zij vijanden van het geloof. De tabernakel is er niet meer. De ceremonieële wetten zijn niet meer van kracht. Het oude volk Israël had veel gezien, veel gehoord, veel gevoeld, doch ondanks dit alles waren ze TOCH NOG afgeweken van de enige levende God!

Ook nu nog willen kinderen Gods steeds iets zien, iets horen of één of ander gevoel of geestelijke ervaring hebben. Zij geloven in hun genezing, wanneer zij ZIEN,VOELEN of in de GEEST VALLEN dat het beter gaat. En wanneer zij vervuld worden met de Heilige Geest, dan geloven zij, dat het pas echt is, wanneer het gepaard gegaan is met één of andere "gezegend gevoel". Paulus - hij is zonder twijfel de schrijver van de Hebreeënbrief - maakt de lezers attent op het feit, dat de zien-horen-voelen-periode voorbij is. In heel deze brief wil de Heer ons duidelijk maken, dat wij leven in de bedeling van HET GELOOF! iet onze gevoelens zijn belangrijk, maar wat God zegt, DAT is maatgevend! " GIJ ZIJT NIET GENADERD tot een tastbaar en brandend \uur, tot donkerheid, tot het geklank van een bazuin en tot het geluid van een stem ... " (alles hoorbaar, zichtbaar en tastbaar! Hebr. 12 : 18-19). DIT IS ALLES VOORBIJ! Voor ons geldt nu een ander woord, lezer! Hoor wat God tot u spreekt in de verzen, die volgen op de bovenstaande: "MAAR GIJ ZIJT GENADERD tot den BERG SION, tot de STAD van den levenden God, HET HEMELSE JERUZALEM, en tot TIENDUIZENDTALLEN VAN ENGELEN , en tot een feestelijke en plechtige VERGADERING van eerstgeborenen, die ingeschreven zijn in de hemelen, en tot GOD, den Rechter over allen, en tot de GEESTEN DER RECHTVAARDIGEN, die de voleinding bereikt hebben, en tot JEZUS. den middelaar van een NIEUW VERBOND, en tot het BLOED DER BESPRENGING, dat krachtiger spreekt dan Abel" (Hebr, 12 : 22-24). Kunt u dit aannemen? Kunt u dit geloven? God zegt in zijn Woord, dat u genaderd bent tot velen en tot vele dingen! Nu komt het er op aan, wat u gelooft!

Vierduizend jaar geleden stond een groot volk voor de rokende Sinaï! Hij beefde van heiligheid. Want God was daar! Zijn heiligheid was op die berg. De Schepper van hemel en aarde was daar. Jehova-Rapha (Ik ben de Here, uw Heelmeester) was daar. Deze God, die hen verloste en bevrijdde uit de slavernij en heerschappij van Farao, was vlak bij hen. De bijbel zegt, dat het volk GENADERD was tot de berg Sinaï, de berg van het Oude Verbond. Wat zegt de bijbel nog meer? "MAAR GIJ ZIJT GENADERD TOT DE BERG SION!" Hoe wonderbaar! Prijs de Heer! 0, onze God openbaart zijn geheimen. 

Geloof dit! U ziet geen berg! U hoort geen bazuin! U voelt geen aardbeving! Maar u bent genaderd tot de berg Sinaï! Halleluja! Vele christenen menen, dat zij een lange reis moeten maken naar Sion! Een lange pelgrimsreis naar Sion' door valleien en door diepten. Het is een weg van tranen, van nood en van ziekte. En zij menen na hun dood verlost te worden van al dit aardse leed. En in Sion zal de eeuwige rust en verlossing voor hen beginnen. Tientallen malen kunnen wij in de bIjbel lezen over de berg Sion. De psalmisten van het Oude Testament hebben ervan gezongen. Sion stelt voor de heiligste plaats van het land Kanaän. Sion was de stad van de levende God, Jeruzalem de stad die God zich verkoren had, om daar te wonen. In Sion is geen zonde meer. "Hij heeft Sion met recht en gerechtigheid vervuld" (Jes. 33 : 5). In Sion is ook geen ziekte meer. "En geen Inwoner zal zeggen: Ik ben ziek het volk dat daar woont, zal vergeving van ongerechtigheid hebben" (Jes. 33 : 24). Sion is een veilige woonstede (Jes. 33 : 20). "Aanschouw Sion, de stad onzer feestelijke bijeenkomsten" (Jes. 33 : 20). 

Ook psalm 48 spreekt van Sion als een heilige burgt als de stad van de grote koning, als een onneembare vesting. "Want zie, koningen kwamen bijeen, zij trokken gezamenlijk op; zodra zij het zagen, stonden zij ontzet werden verschrikt, vluchtten weg" (Ps. 48 : 5-7). "Gaat rondom Sion en trekt er omheen, telt haar torens, richt uw aandacht op haar voormuur, doorwandelt haar paleizen" (Ps. 48 : 13, 14). 

Geen wonder dat de mensen heimwee hebben naar zulk een stad, om daar bevrijd te zijn van alle aardse last en zorgen, van zonden en ziekten! Zij denken dat Sion de hemel is, waar zij eeuwig rust en blijdschap zullen hebben. In zekere zin is dit ook waar. Doch de bijbel zegt ons nog iets over Sion, wat velen voorbijgezien hebben. De bijbel zegt: "MAAR GIJ ZIJT GENADERD TOT SION!" Geen moeitevolle pelgrimsreis meer! Geen zwoegen en geen ellende maar! GIJ ZIJT GENADERD TOT SION! 

Gelooft u dit? Kunt u dit aanvaarden, zonder meer? De duivel is vanaf de beginne een leugenaar! En steeds probeert hij de ogen van de kinderen Gods van de grote waarheden in de bijbel af te leiden. De duivel vreest voor zulke kinderen Gods, die vervuld zijn met de Heilige Geest, omdat hij weet dat die hem zullen overwinnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis (Op. 12 : 11). De aartsleugenaar weet zeer goed, dat deze kinderen Gods macht over hem hebben. Hij weet, dat wanneer de zonen Gods opstaan, waarnaar de schepping met reikhalzend verlangen uitziet, zijn einde spoedig komt. 

Daarom zegt de duivel, dat de vervulling met de Heilige Geest voor later is. Hij probeert ons wijs te maken, dat we tot onze dood toe zondaren blijven. Ook Sion verschuift hij naar later. Maar Jezus is gekomen en Hij heeft de duivel voor eens en altijd overwonnen en hem de kop vermorzeld, toen Hij Zijn leven gaf aan het kruis van Golgotha! Daar venvierf Hij een eeuwige verlossing voor de kinderen Gods! Daar opende HIJ de weg voor een ieder! Halleluja! 

De bijbel zegt: MAAR GIJ ZIJT GENADERD TOT SION!" Wij staan voor de poorten van Sion! In de nabijheid van deze heerlijke stad. De stad met tienduizendtallen van engelen! De stad waar Jezus is! Hier IS geen zonde meer! In deze stad is niemand meer ziek! Hoe wonderbaar! Deze stad is een vesting met hoge muren en vele torens! Wilt u niet in Sion "wonen"? 

Toen het volk Israël bij de berg Sinaï stond, was er één, die de God van Israël mocht ontmoeten. Mozes was die éne! Hij mocht komen in het vuur van Gods heiligheid. De anderen konden niet komen. Er was niets, dat hen zo kon reinigen en heiligen van hun zonden en zwakheden, dat ze goed genoeg waren, om God te ontmoeten. De Heer verbood zelfs, dat de Israëlieten de berg Sinaï mochten aanraken, want die beefde van heiligheid en zou iedereen doden, die dat zou doen. Hoe immers kon een zondaar gemeenschap hebben met deze heilige God? "Wie mag de berg des HEREN beklimmen, wie mag staan in zijn heilige stede? Die REIN is van handen en ZUIVER van hart!" (Ps. 24 : 3, 4a). 

Alleen Mozes voldeed aan deze voonvaarde. Doch voor de anderen was geen mogelijkheid. Doch voor ons is Jezus gekomen! Halleluja! Hij heeft Zich voor ons gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid, en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken (Titus 2 : 14). "Zie het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt" (Joh. 1 : 29). "Maar gij hebt u laten afwas en, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd door de naam van den Here Jezus Christus en door den Geest van onzen God" (l Cor. 6 : 11). "Krachtens dien wil zijn wij eens voor altiid geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus" (Hebr. 10 : 10). "Want door één offerande heeft Hij voor altijd hen volmaakt, die geheiligd worden" (Hebr. 10 : 14). 

0, geprezen zij Jezus Christus tot in eeuwigheid! Jezus heeft de wereld weer een mogelijkheid gegeven om de heilige berg Sion weer te beklimmen en de heiligheid Gods binnen te gaan! Door Jezus - Hij alleen is de Weg - mag iedereen die gereinigd is door zijn Bloed, Sion binnengaan. Niet meer buiten de poort, maar binnen de poort! Halleluja! Geen zonden en geen ziekten meer maar voor eeuwig vrij door het bloed van Jezus! Nu biedt Hij ons nog een vesting aan, waar we beschermd zijn tegen alle duivelse machten en invloeden. Dat is Sion! In het Oude Testament lezen we van een man, die voor Sion stond. Deze man was koning David. Zeven jaar had hij geregeerd over Juda en gedurende die tijd woonde hij te Hebron. 

Maar David was niet tevreden met Hebron alleen. Hij zag de burcht Sion en die wilde hij bezitten en daar wilde hij wonen. In die tijd was Sion een onneembare vesting. Nog nooit was er iemand in geslaagd, deze burcht te veroveren. Hij was in het bezit van de Jebusieten. Zo hoog en stijl waren de muren van Sion, dat niemand er aan dacht een belegering te beginnen. Alle pogingen zouden toch op niets uitlopen en men zou alleen maar spot en schande oogsten. 

Toen David aan de belegering begon, bespotten hem de Jebusieten met de woorden. "Gij komt hier niet binnen, blinden en lammen zuIlen u terugdrijven" (2 Sam. 5 : 6). Dit zegt de duivel altijd. Hij fluistert ons steeds toe, dat we slecht en zwak zijn. Met deze woorden wil hij ons ontmoedigen, want hij weet heel goed, dat hij een verloren vijand is en dat wij met Jezus méér dan overwinnaars zijn. Toen het volk Israël het land Kanaän binnentrok, gaf de Heer bevel, dat ze ALLE VIJANDEN zouden overwinnen en het GEHELE LAND in bezit moesten nemen! Ook Sion dus! Daarom was David niet tevreden met Hebron, hij kende de belofte van de Heer: "Elke plaats die uw voetzool betreden zal, geef Ik ulieden!" (Jozua 1 : 3). 

Vele kinderen Gods zijn tevreden met wat ze hebben en zij vinden het goed, dat ze Sion pas na hun dood zullen beërven. Ze zijn tevreden nu ze een kind van God zijn geworden. Het meerdere dat de Heer wil geven, daar strekken ze hun handen niet naar uit. Ze voelen zich veilig in. hun eigen Hebron" en mijden alle strijd: zij luisteren naar de listige ingevingen van satan. Doch Jezus heeft ons opdracht gegeven, dat wij duivelen zullen uitdrijven. Het is de wil van God, dat de kinderen Gods alle vijanden maken tot een voetbank voor de voeten van Jezus. Hierop wacht Hij (Hebr. 10 : 13). 

Ook Sion moet veroverd worden! "Maar David veroverde de burcht Sion" (2 Sam. 5 : 7). Hoe wonderbaar!. Deze onneembare vesting heeft hij ingenomen. Het onmogelijke werd mogelijk. Wat nog nooit voorgekomen was in de geschiedenis dat gebeurde. Echter niet op de klaisieke methode! Niet op de natuurlijke wijze! Daar had niemand baat bij gevonden. Niet zoals de Assyriërs of de Egyptenaren. Niet door middel van bestormen. Dat was gebleken als onmogelijk. We lezen: "David had toen gezegd: Wie de Jebusieten wil verslaan, moet door de WATERGANG binnendringen" (2 Sam. 5 : 8). Om zich van water te voorzien, hadden de Jebusieten een schacht gegraven, die uitkwam bij een bron, onder aan de berg Sion. Dit was de geheime gang, die David bedoelde en benut heeft, om de burcht Sion te veroveren. 

Op deze wijze heeft hij de stellig nietsvermoedende Jebusieten overrompeld! 0, ga toch door de WATERGANG! Verlaat de traditionele weg van het oude kerkelijke instituut en ga de nieuwe levende weg van Jezus! Drink uit de bron met levend water. Laat u vervullen met de Heilige Geest! Word gedoopt met Geest en vuur! En trek binnen in Sion! Voel u veilig in Sion! Leef uw verlossing. uit. Neem van de heerlijkheid die Jezus u heeft bereid toen Hij stierf aan het kruis. Geloof niet te veel in uw zintuigen! De dingen van Sinaï zijn voorbij. "Maar gelijk geschreven staat: Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben" (1 Cor. 2 : 9).